Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleine waterranonkel - Ranunculus trichophyllus

Frysk: Lytse wetterbŻterblom

English: Thread-leaf water-crowfoot

FranÁais: Renoncule ŗ feuilles capillaires

Deutsch: Haarblšttriger Wasser-HahnenfuŖ

Synoniemen: Fijne waterranonkel, Haarbladwaterranonkel, Ranunculus aquatilis var. diffusus

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana en betekent kikker. Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Trichophyllus betekent met haarfijne bladen en diffusus betekent wijd vertakt.

Opmerking: Kleine waterranonkel en Middelste waterranonkel werden in Nederland voorheen samengevoegd onder de naam Fijne waterranonkel (Ranunculus aquatilis var. diffusus en Ranunculus aquatilis var. aquatilis).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig of overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus.

Afmeting: 10 tot 100 cm.


Xemenendura - CC BY-SA 4.0


BerndH - CC BY-SA 3.0


Jean-Claude Bouzat - CC BY-SA 3.0


Sean Blaney - CC BY-NC 4.0

Wortels: Diep wortelend.


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR


dianeharries - CC BY-NC 4.0


europeana.eu - CC BY-NC-SA 4.0

 

Stengels: De vruchtsteel is maximaal 4 cm lang.


BerndH - CC BY-SA 3.0


BerndH - CC BY-SA 3.0


Jean-Claude Bouzat - CC BY-SA 3.0


Sylvain Piry - CC BY-SA 3.0

Bladeren: Er zijn geen drijvende en overgangsbladen. De fijnverdeelde ondergedoken bladen hebben 150 eindslippen. Ze zijn telkens in drieŽn gedeeld en hebben fijne slippen die niet in een vlak liggen. De steunblaadjes zijn aan de voet voor twee-derde of meer met de bladsteel vergroeid.


Paul Fabre - CC BY-SA 2.0 FR


GLev - CC BY-SA 2.0 FR


Sylvain Piry - CC BY-SA 2.0 FR


Chris Ecroyd - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloem met een geel hart is iets kleiner dan die van Middelste waterranonkel (0,7-1,2 cm). De randen van de bloemdekbladen bedekken elkaar niet. De groenachtige, afstaande kelkbladen zijn 0,3-0,5 mm. Ze vallen meestal al tijdens de bloei af. De bloembodem is bij rijpheid ongeveer even lang als breed of duidelijk langer dan breed. Er zijn meestal 9-15 meeldraden per bloem. De honinggroef is niet rond maar halvemaanvormig. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


Christian Fischer - CC BY-SA 3.0


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


Paul Fabre - CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De 1jonge 6 tot 35 vruchtjes zijn behaard. Tweezaadlobbig.


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


Marie Portas - CC BY-SA 2.0 FR


Tim Messick - CC BY-NC-ND 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen, in ondiep, stilstaand of zwak stromend, meestal matig voedselrijk, zoet of zwak brak water. Soms ook op droogvallende plekken.

Groeiplaatsen: Water (vijvers, sloten, kanalen, beken, poelen, plassen, doorbraakkolken en kleiputten), zeeduinen (duinpoelen), soms in periodiek overstroomde gebieden (dan eenjarig) en in water boven rotsgesteente. Vaak vlak langs de oevers.

Verspreiding

Wereld: In alle werelddelen, in gebieden met een gematigd of koel klimaat. Het meest in West- en Midden-Europa.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen, maar zeldzaam op de hoge zandgronden.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam  in het kustgebied, met name in de Polders. Elders zeldzamer.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten). Kleine waterranonkel en Middelste waterranonkel


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Ecphrasis minus cognitarum stirpium, deel 1, F. Colonna (1616)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


water Levercruyt
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 1, J.E. Sowerby (1863)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL