Wilde planten in Nederland en België

Kleine wolfsklauw - Diphasiastrum tristachyum

Frysk: Lytse wolvepoat

English: Blue Groundcedar

Français: Lycopode petit-cyprès

Deutsch: Zypressen-Flachbärlapp

Synoniemen: Cipreswolfsklauw, Lycopodium tristachyum, Lycopodium chamaecyparissus, Lycopodium complanatum subsp. chamaecyparissus

Familie: Lycopodiaceae (Wolfsklauwfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Wolfsklauw komt door de gelijkenis met de klauw van een wolf. Lycopodium komt van het Griekse lykos (wolf) en podion (pootje). De uiteinden van de takken lijken op de tenen van een wolf. Tristachyum betekent met drie aren.

Opmerking: Kleine wolfsklauw wordt vaak beschouwd als een vorm van de Vlakke wolfsklauw (een plant, die in alle werelddelen voorkomt, behalve in Afrika).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Juli, augustus en september.

Afmeting: 10-20 cm (kruipende stengel tot 90 cm).


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


Tom Murray -
CC BY-NC 4.0


Lynn Harper -
CC BY-NC 4.0


Aaron Hulsey -
CC BY-NC 4.0

Wortels: De plant kruipt als het ware onder de grond en verspreidt zich stervormig, waarbij het achteraan weer afsterft.


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC0-1.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC0-1.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC0-1.0

Stengels: Een kruipende stengel van 30-90 cm met 10-20 cm hoge, dicht-bebladerde, rechtopstaande, herhaalde gegaffelde takken. Boven de grond zie je dichte bossige bundels gegaffelde, maar verder niet vertakte, dicht bebladerde hoofdstengels, die 0,9 tot 1,8 mm mm breed worden. De takken zijn min of meer afgeplat, in omtrek vierkantig, met in het midden een steel met sporenaren. De onder- en bovenkant van de takken verschilt bijna niet. Vaak groeien de planten in een heksenkring.


Lynn Harper -
CC BY-NC 4.0


Colin Chapman -
CC BY-NC 4.0


Nate Martineau -
CC BY-NC 4.0


Aaron Hulsey -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De donkergroene, schubvormige, lancetvormige en spitse bladen, staan kruisgewijs en vormen vier rijen. Ze worden tot 4 mm groot. De bladen aan de onderkant van de takken zijn recht, niet gesteeld en liggen tegen de tak aan. De vruchtbare bladen zijn eirond. De randen zijn vliezig, bij de voet zijn ze fijn gezaagd en met bovenaan een lange spits, maar soms zijn ze teruggeslagen.


Lynn Harper -
CC BY-NC 4.0


Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


Links: Boswolfsklauw en rechts: Kleine wolfsklauw
Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Links: Boswolfsklauw en rechts: Kleine wolfsklauw
Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een ijl (los) bebladerde aarsteel, die aan de top één of meer keren gegaffeld is, met twee tot zes, 1½-3 cm lange sporenaren. Eerst zijn ze groenachtig, maar in de nazomer worden ze bruinachtig geel (ook de steel wordt bruin). De eironde schutbladen zijn toegespitst, met een doorzichtig-vliezige, getande rand. Ze zijn weinig langer dan de dwars-ovale, aan de bovenrand openspringende sporangien. De sporen worden later donkergeel.


biancabeland -
CC BY-NC 4.0


Jan Sørensen -
CC BY 4.0


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Liliane Roubaudi -
CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Zonnige, redelijk open plaatsen op droge, (zeer) voedselarme, kalkarme, zure zandgrond.

Groeiplaatsen: Heide en ijle (naald)bossen (voornamelijk in vastgelegde zandverstuivingen).

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in Midden-Europa en oostelijk Noord-Amerika.

Nederland: Zeer zeldzaam. Zeer sterk afgenomen.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Het meest nog  in de Kempen. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam. Nog slechts op twee plaatsen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


An illustrated flora of the northern United States, Canada and the British Possessions, deel 2, N.L. Britton en A. Brown (1913)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL