Wilde planten in Nederland en België

Kleine zonnedauw - Drosera intermedia

Frysk: Miggefangerke

English: Oblong-leaved Sundew

Français: Rossolis intermédiaire

Deutsch: Mittlerer Sonnentau

Synoniemen:

Familie: Droseraceae (Zonnedauwfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Drosera komt van het Griekse droseros (bedauwd), naar de glinsterende kopjes op de haren van de bladen. Intermedia betekent middelste.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid, vleesetend plantje.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 2-10 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande bloeistengels groeien vanuit de onderste bladoksels. Aan de voet zijn ze gebogen (ze staan af naar opzij), dan groeien ze met een wijde bocht omhoog (ze komen als het ware zijdelings uit het rozet). Aan het begin van de bloei komen ze nauwelijks boven de bladen uit, maar als de vruchten rijp zijn, zijn ze ongeveer twee keer zo lang als de bladen. Meestal groeit het plantje in dichte groepen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Rosta Kracík -
CC BY 3.0 cz


Noah Elhardt -
CC BY-SA 2.5


Christian Fischer -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De rechtopstaande of schuin omhoog groeiende blaadjes zijn spatelvormig tot peervormig (ongeveer dubbel zo lang als breed), bruinrood, 0,7-1 cm en versmald in een lange, niet behaarde steel. Ze vormen een rozet. Op de blaadjes groeien plakkerige haren waarmee klein insecten worden gevangen en vervolgens worden verteerd door de enzymen in de sappen die die haren afscheiden.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© John Breugelmans - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Wijnand van Buuren - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen worden ongeveer 5 mm. Elke bloem heeft vijf kelkbladen, vijf meeldraden en eveneens vijf kroonbladen en een bovenstandig vruchtbeginsel. De schutblaadjes zijn duidelijker ontwikkeld dan bij de twee andere zonnedauwsoorten.\


Rosta Kracík -
CC BY 3.0 cz


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Mathieu Menand -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een doosvrucht met enige hoogtegroeven. Tweezaadlobbig.


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Hajotthu -
CC BY-SA 3.0


Mason Brock -
Public Domain


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op zuur, voedselarm en nat veen, zand of leem. Kleine zonnedauw is een vleesetend plantje en vangt vooral muggen.

Groeiplaatsen: Heide (padranden, in wagensporen en op afgeplagde plekken), waterkanten (venoevers en langs greppels), moerassen (hoogveen en droogvallende vennen), afgravingen (zand), bermen en langs spoorwegen (spoorbermen).

Verspreiding

Wereld: Het meest in West- en Midden-Europa en oostelijk Noord-Amerika. Ook elders op een aantal ver uiteen gelegen vindplaatsen.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het oosten en midden en zeer zeldzaam op de Waddeneilanden en in laagveengebieden.

Vlaanderen: Vrij algemeen  in de Kempen. Elders veel zeldzamer.
Wallonië:
Zeldzaam in de Hoge Venen en Henegouwen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Drosera intermedia als Drosera longifolia
Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Niedriger Sonnetau
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX, R. Dodonaeus [Dodoens] (1583)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL