Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein fonteinkruid - Potamogeton berchtoldii

Frysk: Lyts bearzerŻch

English: Small Pondweed

FranÁais: Potamot de Berchtold

Deutsch: Berchtolds Laichkraut

Synoniemen:

Familie: Potamogetonaceae (Fonteinkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Potamogeton is afgeleid van het Griekse potamos (rivier) en geiton (buurman), m.a.w. een rivierbewoner. Berchtoldii is genoemd naar Graaf Friedrich Carl Eugen Vsemir von Berchtold, baron von Ungarschitz (1781-1876), was een Duits-sprekende Boheemse arts en botanicus van Oostenrijkse afkomst.

Opmerking: Klein fonteinkruid en Tenger fonteinkruid lijken zeer sterk op elkaar. Stomp fonteinkruid heeft een meer cilindrische bloeiwijze, terwijl klein fonteinkruid meer een knotsvormige bloeiwijze heeft.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-100 cm.


© Benno te Linde -
CC BY-NC-ND 3.0


Bioclass, School #179, Moscow -
CC0-1.0


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0


urij777 -
CC BY-NC 4.0

Wortels


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0

Stengels: De dunne, ronde stengels zijn sterk vertakt. Ze worden 10 cm tot 1 meter lang. Op de knopen zitten knobbels.


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


ikolay Panasenko -
CC BY-NC 4.0


Emilien Henry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Nikolay Panasenko -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De olijfgroene of bruingroene bladen lijken veel op die van Tenger fonteinkruid. Ze zien eruit als het blad van gras en worden 2,5 tot 5,4 cm lang en 0,2 tot 2,5 mm breed. Het blad heeft drie nerven. De twee zijdelingse nerven monden dicht onder de top met een rechte hoek in de middennerf uit. De middennerf is weinig of niet dikker dan de rest van het blad. Aan de basis zitten luchtholten, die door dwarswanden in tenminste twee rijen kamertjes worden verdeeld. De bladtop is meestal toegespitst. De steunblaadjes zijn klein en niet vergroeid.


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


Emilien Henry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De gesteelde aren zijn vaak hoofdjesachtig en min of meer knotsvormig. De bloemen zijn groenig.


Alexandre Ballaydier - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


Dan Spaulding -
CC BY-NC 4.0


Dan Spaulding -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een steenvrucht. De eivormige, 2 mm lange en 1,5 mm brede vruchten zijn min of meer gerimpeld en geknobbeld. Tweezaadlobbig.


© Wim Langbroek - verspreidingsatlas.nl


Emilien Henry - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Rob Routledge -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, stilstaand of zwak stromend, matig voedselrijk, zoet, zwak zuur tot licht basisch (kalkhoudend) water met een bodem van laagveen of zand.

Groeiplaatsen: Water (kleine en grotere plassen, poelen, vijvers, beken, sloten, kwelsloten en soms in rivieren en kanalen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koelere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest in laagveengebieden.

Vlaanderen: Zeldzaam. Het meest in de Kempen en de Zand- en Zandleemstreek.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL