Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein glaskroos - Elatine hydropiper

Frysk: Lyts glÍsst‚ltsje

English: Eight-stamened Waterwort

FranÁais: Elatine poivre-d'eau

Deutsch: Wasserpfeffer-Tšnnel

Synoniemen:

Familie: Elatinaceae (Glaskroosfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam glaskroos is ontstaan doordat de plantjes op sterrenkroos lijken en de stengels glasachtig zijn. Elatine is afgeleid van het Grieks elate (den), de lijnvormige bladen lijken op dennennaalden en vanwege de groepering van de bladen om de stengel. Hydropiper is afgeleid van het Griekse hydor (water) en piper (peper).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt of therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 2-15 cm.


© Otto Brinkkemper - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Stengels: De stengels zijn kaal.


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Gertjan van Noord -
CC BY-ND 3.0

Bladeren: De tegenoverstaande blaadjes hebben een lange steel, die langer is dan het blad zelf. De bladeren zijn lepelvormig en boven het midden het breedst.


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bloemen: Tweeslachtig. De niet gesteelde bloemen zijn rozewit, viertallig en rond. De bloemkroon is even lang als of langer dan de kelk. Bloemen met acht meeldraden.


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0


Pierfranco Arrigoni -
CC BY-NC-ND 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Vierzijdige vruchten. De zaden zijn bijna recht tot hoefijzervormig gekromd. Tweezaadlobbig.


© Otto Brinkkemper - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


Giancarlo Donadelli -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in matig voedselarm tot matig voedselrijk, ondiep water en op natte, open, door de stroom blootgewoelde plekken met een bodem van zand of klei (pioniervegetaties). De plant verdraagt enig zout.

Groeiplaatsen: Waterkanten en water (rivieren, vooral in zoetwatergetijdengebieden, poelen, brede sloten, kleine meren, kanalen, grachten en in visvijvers, die in de nazomer opdrogen en in de winter en de lente weer worden overstroomd).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken in Europa en AziŽ. Overwegend in Noord-, Midden- en Oost-Europa, oostelijk tot de Oeral, maar ook nog op enkele geÔsoleerde plekken in SiberiŽ.

Nederland: Zeer zeldzaam, voornamelijk in het rivierengebied. Vroeger ook in Flevoland, (voor het laatst gevonden in 1974 in de Noordoostpolder).

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in en langs visvijvers in Limburg.
WalloniŽ:
Verdwenen. Vroeger  zeer zeldzaam in het Maasgebied op de grens van BelgiŽ en Frankrijk.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


Svensk botanik, deel 9, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832)


Flora Sardoa. Iconographia, deel 4, G.G. Moris, M. Lisa (1837-1859)


Plantarum minus cognitarum Centuria I-V, deel 2, J.C. Buxbaum (1728-1740)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL