Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein glaskruid - Parietaria judaica

Frysk: Lytse glÍspoetser

English: Pellitory-of-the-wall

FranÁais: Pariťtaire de Judťe

Deutsch: Mauer-Glaskraut

Synoniemen:

Familie: Urticaceae - (Brandnetelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Glaskruid slaat op het gebruik van de bladeren als poetsmiddel voor glas. Parietaria komt van het Latijnse paries (wand), de plant groeit namelijk op muren. Judaica komt van Juda (een bergstreek in Israel).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 10-40 cm, maar soms tot 80 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


Philippe Provost -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: De liggende, opstijgende of soms rechtopstaande stengels zijn gevuld, dicht behaard, sterk vertakt en vaak dieprood van kleur. Op beschaduwde plaatsen en in tuinen lijken de planten sterker op Groot glaskruid.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hectonichus -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn stevig, donkergroen en eirond. Ze hebben een wigvormige tot afgeronde voet, een gave rand en een korte spits. De 2-5 cm lange bladeren zijn twee tot drie maal zo lang als de steel. Op de bladnerven en de bladonderkant groeien roze of rode haren.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Polygaam. Bloeiwijzen met een groot aantal dicht bij elkaar zittende, kleine, groenachtige, naar rood neigende bloemen. Bloemen met een bovenstandig vruchtbeginsel en een stijl met een veervormig stempel. Er zijn vier meeldraden. De drie schutblaadjes van de tweeslachtige bloemen zijn aan de voet met elkaar vergroeid.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Malte -
CC BY-SA 3.0


Adrian198cm - Public Domain


Peter coxhead -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn 1-1,4 mm. Het bloemdek van de tweeslachtige bloemen verlengt zich na de bloei. Het is dan ongeveer 3-4 mm lang. Tweezaadlobbig.


Fťlix Gendrot -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Sylvain Piry -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, met name stikstofrijke, doorlatende grond en op kalkrijke, stenige plaatsen.

Groeiplaatsen: Oude muren (bijv. ruÔnes, kaden, kerken, kastelen en stadsmuren), rotsen, soms tussen straatstenen, onder heggen en in tuinen.

Verspreiding

Wereld: Het Middellandse-Zeegebied, Zuidwest-AziŽ en West-Europa. Noordelijk tot in Schotland.

Nederland: Vrij zeldzaam in het rivierengebied, voornamelijk in stedelijke gebieden. Elders zzeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam . Het meestin stedelijke gebieden, langs rivieren en in het kustgebied.
WalloniŽ:
Zeldzaam. Het meest langs de Maas.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Naauwkeurige beschrijving der aardgewassen. Tweede boek. Van alle lage boomen, en heesteren of struvellen. Abraham Munting (1696)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL