Wilde planten in Nederland en België

Klein heksenkruid - Circaea x intermedia

Frysk:

English: Upland Enchanter's-nightshade

Français: Circée intermédiaire

Deutsch: Mittleres Hexenkraut

Synoniemen:

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam heksenkruid is ontstaan doordat de mensen vroeger geloofden dat als je de plant in het bos aantrof, je er zeker van kon zijn dat heksen je op een dwaalspoor zouden brengen of dit al hadden gedaan. Circaea komt van Circaeus (betoverend). Circaea is genoemd naar de tovenares Circe uit de Griekse mythologie, die zeer bedreven was in kruidenkennis. Intermedia betekent middelste.

Opmerking: Klein heksenkruid is de kruising van Groot heksenkruid en alpenheksenkruid

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 15-40 cm.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Krachtige wortelstokken.


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: Een behaarde, rechtopstaande bloeistengel.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Julien Barataud -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Erik van Dijk -
CC BY-NC-ND 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren zijn begroeid met enkele haren. Ze zijn glanzend, enigszins doorzichtig, regelmatig getand, plotseling kort toegespitst en met een duidelijk hartvormige voet.


© Erik van Dijk -
CC BY-NC-ND 3.0


Jean-Christophe Rague -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen zijn 3-7 mm. De bloemstelen hebben aan de voet zeer kleine en vaak spoedig afvallende schutbladen. De honingklier in de kelkbuis is slecht ontwikkeld en wordt tot 0,2 mm hoog.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Hugues Tinguy -
tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zachtbehaarde vruchten zijn meestal slecht ontwikkeld. Ze worden tot 2 mm lang en vallen spoedig af. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Biotoop

Bodem: Licht tot matig beschaduwde plaatsen op vochtige, matig voedselarme, zwak zure tot kalkhoudende zandgrond.

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), struwelen en waterkanten (zandige oevers van bosbeken).

Verspreiding

Wereld: Hoofdzakelijk in Midden-Europa. Ook in sommige delen van West- en Oost-Europa en in de Kaukasus.

Nederland: Zeer zeldzaam, voornamelijk in de Achterhoek.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
Wallonië:
Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Phytanthoza iconographia, deel 2, J.W. Weinmann (1739)


Svensk botanik, deel 10, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Annals of the Missouri Botanical Garden, deel 69 (1982)


Flora of the U.S.S.R. /Botanicheskii institut Akademii nauk SSSR, deel 15, V.L. Komarov

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL