Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein kaasjeskruid - Malva neglecta

Frysk: Lyts tsyske

English: Common Mallow

FranÁais: Petite mauve

Deutsch: Weg-Malve

Synoniemen:

Familie: Malvaceae (Kaasjeskruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Kaasjeskruid heeft te maken met de vruchten, die wel op een kaasje lijken. Malva komt van het Griekse malacos (zacht), omdat de Malva's een verzachtend slijm bevatten. Neglecta betekent verwaarloosd of vergeten.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig, maar soms overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 10-40 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels liggen min of meer op de grond of ze zijn opstijgend.


Forest and Kim Starr -
CC BY 3.0


Petr Filippov -
CC BY 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Isidre blanc -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De verspreidstaande, behaarde bladeren zijn rondachtig, met drie tot zeven afgeronde lobben.


John Tann -
CC BY 2.0


John Tann -
CC BY 2.0


carol -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in de oksels van de schutbladen. De vijf kroonbladen zijn roze tot bijna wit, 0,8-1 cm en diep uitgerand. Ze hebben behaarde nagels en zijn twee keer zo lang als de vijf kelkbladen. De kelkslippen zijn vlak. De drie bijkelkblaadjes zijn lijnvormig tot langwerpig en korter dan de kelk. Ze zijn onderaan vergroeid met de kelkbladen. De vijf meeldraden zijn onderaan tot een buis vergroeid. Het vruchtbeginsel is bovenstandig. Na de bloei krommen de vruchtstelen zich naar beneden.


John Tann -
CC BY 2.0


Jean.claude -
CC BY-SA 3.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een splitvrucht. Een ronde vrucht (als een platte kaas) met deelvruchtjes. De deelvruchtjes zijn behaard en niet gerimpeld. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke tot zeer voedselrijke, met name stikstofrijke, vaak omgewerkte grond (zand, leem, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bij boerderijen, bermen (open plaatsen en langs fietspaden), wegranden, akkers (hakvruchtakkers), ruigten (voedselrijke ruigten), tuinen, braakliggende grond, enigszins ruderale plaatsen, zeeduinen (bij zeedorpen), bij hekken, heggen, langs muren en grasland (intensief beweide en bemeste dijken en weiland).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit gematigde streken in Europa en AziŽ. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Vrij algemeen, maar zeldzaam in het oosten en midden van het land.

Vlaanderen: Vrij algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Kršuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1905)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 3, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1896-1899)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Annals of the Missouri Botanical Garden, deel 52 (1965)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL