Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein kruiskruid - Senecio vulgaris

Frysk: Krķswoartel

English: Common groundsel

FranÁais: SťneÁon commun

Deutsch: Gemeines Greiskraut

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam kruiskruid is misschien ontstaan door de kruisgewijs staande bladen, maar meer waarschijnlijk is dat het een verbastering is van de Duitse naam Greiskraut. Senecio komt van senex (grijsaard), om het spoedig zichtbaar wordende vruchtpluis. Vulgaris betekent gewoon.

VariŽteit: De variŽteit Senecio vulgaris var. hybernicus heeft acht tot dertien, ongeveer 0,5 cm lange lintbloemen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november en december.

Afmeting: 7-50 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn, hol, geribd en niet of maar weinig vertakt. Ze kunnen kaal zijn, maar vaak zijn ze iets behaard. Geen klierharen.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Benjamin Zwittnig -
CC BY 2.5 si


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De verspreidstaande bladeren zijn iets vlezig en aan de bovenkant glanzend groen. Verder zijn ze langwerpig, veerdelig (meestal zijn ze tot op de helft ingesneden) met langwerpige getande lobben. Ook zijn ze gekroesd, meestal kaal en hebben ze een iets omgerolde rand. De onderste bladeren zijn naar de voet steelvormig versmald. De bovenste bladeren zijn zittend en kunnen al of niet stengelomvattend zijn.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


AfroBrazilian -
CC BY-SA 3.0


Konrad Lackerbeck -
CC0

Bloemen: Tweeslachtig. De gele bloemen vormen samen losse pluimen van maar enkele bloemhoofdjes, bovenaan de stengels. De niet kleverige hoofdjes zijn 1 cm lang en 4-5 mm breed. Meestal zijn er alleen buisbloemen, dus geen lintbloemen. Het omwindsel is hoog en zwart gevlekt en ongeveer twee keer zo hoog als breed. De blaadjes hebben een zwarte top en de buitenkrans heeft ongeveer zestien blaadjes (tussen de acht en twintig). Het vruchtbeginsel is onderstandig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Bjoertvedt -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn aangedrukt behaard. Het vruchtpluis is wit. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Javier Martin - Public Domain


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier) op droge tot vochtige, voedselrijke, humushoudende, zwak zure tot kalkrijke grond (alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Omgewerkte grond, zeeduinen (o.a. in vlierbosjes), waterkanten (greppels), puin, kapvlakten, plantsoenen, in de voegen van bestrating, (sterk verweerde) oude muren, bermen (open plekken), wegranden, nieuwe dijken, perken, moestuinen, akkers, stoepranden en stortterreinen.
De variŽteit Senecio vulgaris var. hybernicus vind je het meest nabij spoorwegterreinen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa. Nu in alle werelddelen, in streken met een gematigd klimaat.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Algemeen, maar iets minder talrijk in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 2, Martinus Houttuyn (1796)


Cleyn Cruyscruyt
Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's NatŁrlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natŁrlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Svensk botanik, deel 5, J.W. Palmstruch e.a. (1807)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Londinensis, deel 1, William Curtis (1775-1777)


Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 7, A.G. Dietrich (1839)


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


New KreŁterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL