Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein liefdegras - Eragrostis minor

Frysk: Lytse tef

English: Little lovegrass

FranÁais: Petite ťragrostide

Deutsch: Kleines Liebesgras

Synoniemen: Eragrostis pooides var. minor, Eragrostis suaveolens

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Eragrostis komt van het Griekse eros (liefde) en agros (veld), hetgeen slaat op de sierlijkheid van de aartjes. Minor betekent kleiner.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 5-50 cm.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Ziarnek -
GFDL

Wortels


Leo Michels -
CC0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Liggende tot opstijgende stengels.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Leo Michels -
CC0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De bladeren hebben donkere, komvormige klieren (klierputjes) op de bladschede en aan de rand van de bladschijf. De bladschede is begroeid met lange, zachte haren.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is tamelijk los. De onderste takken staan alleen of met twee bij elkaar. De aartjes zijn 0,4-1,1 cm lang en bevatten vijf tot twintig bloemen. Op de aartjesstelen zitten donkere, komvormige klieren. De kelkkafjes zijn ongeveer even lang.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een graanvrucht. De vruchten zijn roodbruin van kleur. Eenzaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (tredplant) op droge tot vochtige, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, betreden of omgewerkte, vaak stenige grond.

Groeiplaatsen: Langs spoorwegen (spoorbermen en weinig belopen delen van perrons), perken, tuinen, wegranden, tussen straatstenen en langs trottoirs.

Verspreiding

Wereld: Alle werelddelen, in gebieden met een warm of gematigd klimaat. Oorspronkelijk uit Zuid-Europa.

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen. Het meest in de zuidelijke helft van het land en in het westen. Bijna uitsluitend in stedelijke gebieden. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.

Vlaanderen: Vrij algemeen ingeburgerd. Het meest in stedelijke omgeving. Voor het eerst gevonden omstreeks 1850.
WalloniŽ:
Plaatselijk vrij algemeen, met name  in stedelijke omgeving.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 7 (1793)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL