Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kleinste egelskop - Sparganium natans

Frysk: DŻkelpjut

English: Least Bur-reed

FranÁais: Rubanier nain

Deutsch: Kleiner Igelkolben

Synoniemen: Sparganium minimum

Familie: Sparganiaceae (Egelskopfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Egelskop slaat op stekelige, knotsvormige vruchten. Sparganium komt van het Griekse woord spaganion (windsel of lint). De bladen zijn bandvormig en werden vroeger gebruikt voor vlechtwerk. Natans betekent drijvend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-100 cm.


© Petra van der Wiel - verspreidingsatlas.nl


Zdenda:-P -
CC BY-SA 3.0


© Paul Slichter - http://science.halleyhosting.com/


© Paul Slichter - http://science.halleyhosting.com/

Wortels


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De stengels zweven in het water of staan heel soms rechtop.


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


© Paul Slichter - http://science.halleyhosting.com/


© J R Crellin - floralimages.co.uk -
CC BY-NC-ND 3.0


© J R Crellin - floralimages.co.uk -
CC BY-NC-ND 3.0

Bladeren: De drijvende bladeren zijn lintvormig, vlak, doorschijnend en worden tot ruim 0,5 meter lang en 2-6 mm breed. Ze hebben geen of een onduidelijke middenerf en een iets verwijde schede.


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl

© Petra van der Wiel - verspreidingsatlas.nl


© Paul Slichter - http://science.halleyhosting.com/


© J R Crellin - floralimages.co.uk -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze is niet vertakt en bevat ťťn tot drie vrouwelijke bloemhoofdjes, zonder of met een steel, die in de oksels van een schutblad zitten en ťťn mannelijk hoofdje aan de top van de bloeiwijze. Alle hoofdjes staan op enige afstand van elkaar. De bloemen zijn witgeel. De stempel is langwerpig-eirond en minder dan 1 mm lang. De schutbladen hebben een verbrede voet.


Jason Hollinger -
CC BY 2.0


© Paul Slichter - http://science.halleyhosting.com/


© Paul Slichter - http://science.halleyhosting.com/


© J R Crellin - floralimages.co.uk -
CC BY-NC-ND 3.0

Vruchten: Een steenvrucht. De vruchten hebben geen insnoering. Aan de voet zie je een zeer korte, hoogstens 1 mm lange steelvormige versmalling. Eenzaadlobbig.


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


© J R Crellin - floralimages.co.uk -
CC BY-NC-ND 3.0


Andrey Zharkikh -
CC BY 2.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in ondiep, voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur water met een bodem van zand, leem of veen. De groeiplaatsen kunnen tijdelijk droogvallen.

Groeiplaatsen: Moerassen (veenmoerassen), waterkanten en water (kwelsloten, laagveensloten, plassen, vijvers, nieuw gegraven of schoongemaakte sloten, leemkuilen, heidevennen, hoogveenpoeltjes en ijl begroeide oevers).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere streken op het noordelijk halfrond.

Nederland: Zeldzaam in Noord-Brabant, Noord-Limburg en in laagveengebieden en zeer zeldzaam in Drenthe, Zuidoost-Frysl‚n, in het oosten en midden van het land en in het rivierengebied.

Vlaanderen: Zeldzaam in de Kempen. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flora Parisiensis, deel 4, P. Bulliard (1776-1781)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL