Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein timoteegras - Phleum nodosum

Frysk: Lyts timkegers

English: Cat's tail

FranÁais: Flťole bulbeuse

Deutsch: Knotiges Lieschgras

Synoniemen: Phleum pratense subsp. serotinum, Phleum bertolonii

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Als voedergras werd Timoteegras in de 18de eeuw gepropageerd door Timothy Hanson, naar wie het vernoemd is. Phleum komt van het Griekse phleos (bast) of pheleos (overvloeien). De plant werd tegen oorloop gebruikt. De naam is vroeger gegeven aan een ander gras (Ampelodesmus tenax), waarvan de stengels voor vlechtwerk werden gebruikt. Nodosum betekent met dikke knoppen.

Ondersoorten: Voorheen werd Timoteegras verdeeld in twee ondersoorten: Timoteegras (Phleum pratense subsp. pratense) en Klein timoteegras (Phleum pratense subsp. serotinum).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 10-50 cm.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org

Wortels: De wortels zijn bovenaan knolvormig verdikt.


Jm Launay - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De stengelvoet is knolvormig verdikt. Klein timoteegras vormt vaak losse pollen. Ook kruipt vaak een deel van de bebladerde stengels en vormt zo uitlopers.


Paul Fabre - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org


http://sophy.tela-botanica.org/

Bladeren: De bleekgroene of grijsgroene bladeren zijn ruw en 3-8 mm breed. Vaak hebben ze een enigszins golvende rand. Het tongetje wordt 3-5 mm.


John de Vos - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


http://sophy.tela-botanica.org/


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is geelgroen of strokleurig, meestal niet langer dan 6 cm, cilindervormig en naar de top en naar de voet plotseling afgerond. De aartjes, zonder de naald, zijn 2-3 mm. De naalden van de kelkkafjes hebben een lengte van 0,5-1 mm.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Jm Launay -
CC BY-SA 2.0 FR


Jm Launay -
CC BY-SA 2.0 FR


John de Vos -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn kortlevend (1-5 jaar). Eenzaadlobbig.


© Koen van Zoest - verspreidingsatlas.nl


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge, matig voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot vaak kalkhoudende grond (allerlei grondsoorten, maar het meest op zand).

Groeiplaatsen: Grasland, zeeduinen (duingrasland), opgespoten grond, bermen en dijken.

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noordwest-Afrika en Europa, behalve in de meest noordelijke en oostelijke delen.

Nederland: Vrij algemeen.

Vlaanderen: Vrij algemeen
WalloniŽ:
Vrij algemeen

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Gewoon en Klein timoteegras


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 3 (1790)


Standortgewšchse und Unkršuter in ihrer Beziehung zu Forst-, Garten- und Landwirtschaft und zu anderen Flšchen, Julius Theodor Christian Ratzeburg (1859)


Handbuch der Systematischen Botanik, Richard Wettstein (1924)


Bilder ur Nordens Flora, deel 3, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Timoteegras - Klein timoteegras
Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Gramen alopecuroides minus - Gramens typhinum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


Lehrbuch der Botanik fŁr Gymnasien, Realschulen, forst- und landwirthschaftliche Lehranstalten, pharmaceutische Institute etc. sowie zum Selbstunterrichte (1872)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


British entomology, deel 8, J. Curtis (1823-1840)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amťdťe Masclef (1893)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL