Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Klein zeegras - Zostera noltei

Frysk: Lyts seewier

English: Dwarf Eelgrass

FranÁais: ZostŤre naine

Deutsch: Zwergseegras

Synoniemen: Zostera noltii, Zostera nana, Nanozostera noltei

Familie: Zosteraceae (Zeegrasfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zostera komt van het Griekse zoster (gordel of lint), naar de bladvorm. Noltei is vernoemd naar Ernst Ferdinand Nolte (1791-1875), een Duitse botanicus.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 4-25 cm.


Christine Morrow -
CC BY-NC 4.0


Duarte Frade -
CC BY 4.0


rocio_jr -
CC BY-NC 4.0


Gťrard Giraud -
GFDL

Wortels: De sterk vertakte wortelstok is dun (hoogstens 1 tot 2 mm dik).


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Meise Botanic Garden -
CC BY 4.0


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: Klein zeegras is een onbehaarde plant en veel kleiner en teerder dan Groot zeegras. Ook de stengels zijn tengerder dan die van Groot zeegras.


Duarte Frade -
CC BY 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Lisia Lopes -
CC BY-NC 4.0


Duarte Frade -
CC BY 4.0

Bladeren: De bladen zijn 4 tot 25 cm lang en een 0,5 tot 1,5 mm breed. De schutbladen van de bloeistengels zijn iets breder. De volgroeide en niet beschadigde bladeren hebben aan de top een inkeping. De bladeren hebben een open schede met twee oortjes en drie hoogtenerven, waarvan de buitenste twee dicht langs de bladrand.


Duarte Frade -
CC BY 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Duarte Frade -
CC BY 4.0


© Kjell Nilsen -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeistengels zijn meestal niet meer dan 10 cm (zelden tot 20 cm) lang en onder de schede niet verdikt. Gewoonlijk zijn ze niet vertakt en met drie bloeiwijzen of een enkele keer meer. De aar is meestal 3-12-bloemig. De helmhokjes zijn ongeveer 2 mm lang. Aan de buitenkant heeft elk tweetal helmhokjes een haakvormig schubje (om de meeldraden zitten kleine haakjes).


Ruppia2000 -
CC BY-SA 3.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De schede die de bloeikolf omhult is iets opgeblazen en grijsbruin. De eirond-langwerpige zaden zijng, 2 mm lang en 1 mm breed, glanzend roodbruin, aan de voet afgerond en vrijwel glad (niet groefd). Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in voedselrijk, zilt water, in de zone tussen de laagwater- en de hoogwaterlijn en met een zand- en slibhoudende bodem. Vaak op vastere grond dan Groot zeegras.

Groeiplaatsen: Water (bij eb droogvallende gronden, slikkige, beschutte plaatsen aan de kust, estuariŽn, ondiepe zilte wateren buiten de invloed van het getij en aan de rand van kwelderkreken) en schorren.

Verspreiding

Wereld: In de Kaspische Zee, de Zwarte Zee, de Middellandse Zee en langs de West-Afrikaanse en West-Europese kusten. Noordelijk tot in Zuid-ScandinaviŽ. Ook in Japan.

Nederland: Zeer zeldzaam in de Waddenzee en in de Zeeuwse zeearmen.

Vlaanderen: Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam. Voor het laatst gevonden in de 19de eeuw.
WalloniŽ:
Niet in WalloniŽ.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 12, Jan Kops, P. M. E. Gevers Deijnoot en F. A. Hartsen (1865)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL