Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kluwenzuring - Rumex conglomeratus

Frysk-Knopsurk

English-Sharp Dock

FranÁais-Patience agglomerťe

Deutsch-KnšuelblŁtiger Ampfer

Synoniemen

Familie-Polygonaceae (Duizendknoopfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Zuring duidt op de zure smaak van de plant (door de aanwezigheid van oxaalzuur). Rumex komt het Latijnse woord rumex (werpspies), hetgeen slaat op de bladvorm van een aantal soorten. Conglomeratus betekent opeengehoopt of met kluwens.

Kruising-Kluwenzuring kan een kruising vormen met Krulzuring (Rumex x schultzei).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Overblijvend.

Plantvorm-Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei-Juni t/m augustus.

Afmeting-50-100 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl

© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose - cc by 2.0

Wortels-Een penwortel.


Harry Rose - cc by 2.0


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels-De rechtopstaande, min of meer zigzaggende stengels zijn vaak sterk rood aangelopen.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Bladeren-Zwak giftig. De groene, langgesteelde bladen zijn langwerpig-eivormig, 5-20 cm, naar de top versmald en aan de voet min of meer afgerond. De bovenste bladen zijn smaller en spits.


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Bloemen-Tweeslachtig. De groenige bloemen vormen samen een losse, sterk vertakte pluim, die minstens tot de helft, maar soms tot bovenaan bebladerd is met vrij ver van elkaar staande kluwens. De 2-3 mm lange, binnenste drie bloembladen zijn langwerpig en smal met een gave rand en zonder tanden. Het bloemdek steeds met drie knobbels.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose - cc by 2.0


Harry Rose - cc by 2.0

Vruchten en zaden-Een eenzadige dopvrucht of nootje. De steeltjes zijn hoogstens even lang als de vruchtkleppen. Deze zijn langwerpig tot eirond, niet getand, met een brede voet en een tongvormig verlengde top. Alle drie de vruchtkleppen hebben een dikke knobbel. Tweezaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


John De Vos - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem-Zonnige, soms licht beschaduwde, halfopen tot open plaatsen op vochtige tot meestal natte, voedselrijke tot zeer voedselrijke, min of meer compacte en verstoorde grond (de meeste grondsoorten).

Groeiplaatsen-Langs grachten, sloten en greppels, verstoorde plaatsen, in de winter onder water staande grasvelden, uiterwaarden, bermen, braakliggende grond, bosranden, open plekken in loofbossen, langs bospaden, akkers en kleigroeven.

Verspreiding

Wereld-Oorspronkelijk uit West-, Midden- en Zuid-Europa, Zuidwest-AziŽ, Noordwest-Afrika en op een aantal eilanden in de Atlantische Oceaan.

Nederland-Inheems. Algemeen.

Vlaanderen-Inheems. Vrij algemeen.

WalloniŽ-Inheems. Vrij algemeen.

© 2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl