Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Knolbeemdgras - Poa bulbosa

Frysk: Knolmiedegers

English: Bulbous Meadow-grass

Français: Pâturin bulbeux

Deutsch: Knolliges Rispengras

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Poa is het Griekse woord voor gras. Bulbosa betekent met een bol of knol.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni.

Afmeting: 7-40 cm.


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0

Wortels


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl

© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Harry Rose -
CC BY 2.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Stengels: De stengels vormen bovengrondse bollen. Ze zijn kaal, grijsgroen en vaak sterk rood tot paars aangelopen. Ze hebben geen of maar weinig bloeistengels. Vaak zijn ze aan de voet vertakt, waarbij de zijstengels onderaan ook een bolletje dragen. Knolbeemdgras vormt dichte zoden.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladen zijn vaak samengevouwen, min of meer gootvormig. Ze zijn dofgroen, maar worden al in mei bruin. Ze zijn een 0,5-2 mm breed. Het tongetje  is spits en wordt tot 4 mm lang.


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Harry Rose -
CC BY 2.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloempluim is meestal samengetrokken, staat naar één kant en is aan de gewelfde buitenkant iets paarsig of grijsgroen. De pluim kan normaal bloeiende aartjes hebben, maar er kunnen zich ook miniplantjes ontwikkelen.


Harry Rose -
CC BY 2.0


var. vivipara
Kim Lotterman -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Harry Rose -
CC BY 2.0


Atriplexmedia -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Nadiatalent -
CC BY-SA 3.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Sylvain Piry - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, zelden licht beschaduwde, open plaatsen op droge, matig voedselarme, zwak zure tot basische, neutrale tot kalkrijke, vaak verstoorde grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen (aan de voet van beuken), zeeduinen (bermen en middenstroken van duinpaden en parkeer- en speelveldjes), grasland (droog weiland, uiterwaarden en dorre zandkopjes in weiland), rivierdijken, stenige dijken, langs spoorwegen (op spoorwegterreinen tussen grind of bestrating) en oude muren.

Verspreiding

Wereld: Waarschijnlijk oorspronkelijk uit de Centraal-Aziatische zoutsteppen. Nu ook in Zuidwest- en Midden-Azië, Noordwest-Afrika en Europa, behalve in het noorden en noordwesten (noordwestelijk tot in Nederland). Ingeburgerd in Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Australië.

Nederland: Zeldzaam in de duinen en zeer zeldzaam in het rivierengebied, in stedelijke omgeving en langs het IJsselmeer. Voor het eerst gevonden in 1835.

Vlaanderen: Vrij zeldzaam in de duinen en zeldzaam in het Maasgebied. Elders zeer zeldzaam.

Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied en de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


La flore et la pomone francaises, deel 5, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1832)


British entomology, deel 6, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)

 

© 2001-2020 K.M. Dijkstra