Knolboterbloem - Ranunculus bulbosus

Frysk: KnolbŻterblom

English: Bulbous Buttercup

FranÁais: Renoncule bulbeuse

Deutsch: Knolliger HahnenfuŖ

Synoniemen:

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Boterbloem heet zo vanwege de boterkleurige bloemblaadjes. Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana (kikker). Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Bulbosus betekent met een bol of een knol.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Hoofdbloei: April t/m juni.

Afmeting: 15-50 cm.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Gabriele Sontacchi - cc by-nc 4.0


Gianluigi - cc by-nc 4.0

Wortels: Een knolletje.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


H. Zell - cc by-sa 3.0

Stengels: De holle, geribde en rechtopstaande stengels zijn afstaand behaard, maar bovenaan zijn ze aanliggend behaard. De stengelvoet is onderaan en vlak onder de grond knolvormig verdikt.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Enrico Blasutto - cc by-sa 3.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Bladeren: De donkergroene, eironde, diep in drieŽn gedeelde, vaak iets glanzende bladeren hebben vaak een zwarte tekening. De onderste wortelstandige bladeren zijn verdeeld in drie gelobde en getande slippen, de middelste zijn gesteeld, de bovenste hebben smalle slippen. De bladstelen zijn afstaand behaard.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Andrea Moro - cc by-sa 4.0


Rasbak - cc by-sa 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De 2-3 cm grote bloemen zijn geel. De vijf kelkbladen zijn lang behaard. Bij het opengaan van de bloemen slaan de vijf gele kelkbladen terug tegen de bloemsteel. De bloembodem is kaal volgens Heukels Flora, maar volgens de Flora van BelgiŽ, het groothertogdom Luxemburg, Noord-Frankrijk en de aangrenzende gebieden zou de bloembodem juist behaard zijn. De bloemstelen zijn gegroefd en aanliggend behaard.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Teun Spaans - cc by-sa 3.0


H. Zell - cc by-sa 3.0


MurielBendel - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchthoofdje met de vruchtjes is bolvormig. De rijpe vruchten zijn glad met een kort zwak gekromd snaveltje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Marinella Zepigi - cc by-nc-nd 4.0


Jean-Jacques Houdrť - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Giftigheid: Giftig.

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op droge tot soms matig vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, niet zwaar bemeste, neutrale tot meestal kalkrijke grond (lemig zand, leem, mergel, zavel en lichte klei).

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (grazige berghellingen, kalkgrasland en schraal grasland), bosjes, zeeduinen (vastgelegde duinen, binnenduinweiland en duinvalleien), begraasde dijken, rivierduinen, mergelhellingen, begraafplaatsen, terreininsnijdingen (met leem aan de oppervlakte) en waterkanten (langs grotere beken en oude rivierlopen).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit West- en Midden-Europa, in delen van Zuid-Europa, in het Zwarte-Zeegebied en Noordwest-Afrika.

Nederland: Inheems. Vrij algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

WalloniŽ: Inheems. Vrij algemeen.

©2001-2022 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl