Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Knolcyperus - Cyperus esculentus

Andere namen

Frysk: Knolsipergers

English: Edible Cyperus

Français: Souchet comestible

Deutsch: Erdmandel

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Cyperus (Cypergras)

Soort: Cyperus esculentus

Naamgeving (Etymologie): Cyperus komt van het Hebreeuwse woord kopher (hars) of van kyperos (een plant met een geurige wortel). De worstelstok van sommige Cyperus planten ruikt namelijk geurig en werd in de parfumerie gebruikt. Maar volgens sommige anderen is Cyperus afgeleid van het Griekse cypeiros, dat op zijn beurt weer is afgeleid van Cypris (Venus), om de geslachtsdrift verwekkende eigenschappen. Esculentus betekent eetbaar.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-80 cm.


Vorzinek - CC BY-SA 3.0


Enrico Romani - CC BY-NC-ND 4.0


Joanbanjo - CC BY-SA 3.0


Alain Létrange - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Ver kruipende, dunne wortelstokken, die eindigen in beschubde, weinig of niet bewortelde knolletjes  (0,5-2 cm).


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Enrico Romani - CC BY-NC-ND 4.0


SB Johnny - CC BY-SA 3.0


Ivan.Romero - Copyrighted free use

Stengels: De stengels zijn scherp driekantig.


Blahedo - CC BY-SA 2.5


Pat Desnos - CC BY-SA 2.0 FR


Enrico Romani - CC BY-NC-ND 4.0


Enrico Romani - CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De glanzende, 0,4-1 cm brede bladen zijn plotseling versmald in een gootvormige   top.


SB Johnny - CC BY-SA 3.0


Jacques Maréchal - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. Bloemen met drie meeldraden. De kafjes  (2-3 mm) zijn strobruin, soms rood generfd.


Enrico Romani - CC BY-NC-ND 4.0


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


David Mercier - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Zeer zelden zaad vormend. Eenzaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge tot vochtige, voedselrijke, vaak bewerkte grond (zand).

Groeiplaatsen: Akkers (vooral in maisakkers, minder vaak in aardappelakkers en andere knolgewassen) en waterkanten (droogvallende rivieroevers).

Verspreiding

Wereld: Alle werelddelen. Oorspronkelijk alleen in warmere streken, maar de laatste tijd steeds meer in gematigde gebieden.


gbif.org

Nederland: Vrij zeldzaam. Het meest in oostelijk Noord-Brabant, Noord-Limburg en enkele aangrenzende gebieden. Ingeburgerd tussen 1950 en 1974. Voor het eerst gevonden omstreeks 1974.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Het meest in het noorden van Limburg. Omstreeks 1980 werd de soort vanuit Nederland ingevoerd (samen met gladiolenknolletjes).
Rode lijst. Criteria niet van toepassing.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

De knolletjes kunnen worden gegeten. De smaak doet denken aan hazelnoten of amandelen. In tropische en subtropische gebieden wordt een cultuurvorm, Chufa of Aardamandel, als voedingsgewas verbouwd. Deze bloeit zelden en heeft kortere wortelstokken dan de in het wild groeiende Knolcyperus. De knollen worden tot drie centimeter lang. Ze zijn olie- en suikerrijk en vorstgevoelig. Ze worden onder meer geroosterd gegeten. In Spanje wordt er een melkwitte, niet-alcoholische drank uit bereid met de naam horchata.
Knolcyperus is een zeer lastig te bestrijden onkruid in akkers.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra