Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Knolribzaad - Chaerophyllum bulbosum

Andere namen

Frysk: Knolpiipkrûd

English: Turnip-rooted Chervil

Français: Cerfeuil tubéreux

Deutsch: Knolliger Kälberkropf

Verouderde of andere namen: Knolkervel

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Apiales

Familie: Apiaceae (Schermbloemenfamilie)

Geslacht: Chaerophyllum (Ribzaad)

Soort: Chaerophyllum bulbosum

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam verwijst naar de geribbelde zaden. Chaerophyllum is afgeleid van het Griekse chairoo (verplegen) en phyllon (blad), dus dat de plant om haar blad gekweekt werd. De naam had oorspronkelijk betrekking op Anthriscus cerefolium. Bulbosum betekent met een bol of een knol.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 60-180 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Fornax - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


Franz Xaver - CC BY-SA 3.0

Wortels: De korte, dikke wortels zijn tot een knol opgezwollen.


Ouicoude - CC BY-SA 3.0


Ouicoude - CC BY-SA 3.0


ngpherbaria.org - CC BY-NC 3.0


Neuchâtel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De holle, rechtopstaande stengels zijn onder de knopen verdikt en hebben aan de voet rode vlekjes. Ze zijn begroeid met  stijve, schuin omlaag wijzende haren. Hogerop zijn ze blauw berijpt en kaal.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Fornax - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: De verspreidstaande, fijn verdeelde bladeren zijn drie- of viervoudig geveerd met smal langwerpige, spitse slippen. Aan de onderkant zitten verspreide, lange, afstaande haren. De bladscheden zijn kaal.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Fornax  - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Bloemen: Tweeslachtig. De schermen staan voor de bloei rechtop. De vlakke bloemschermen  bestaan uit vijf tot twaalf stralen. De vijf witte kroonbladen  zijn kaal. Er zijn eveneens vijf kelkbladen. Verder zijn er nul tot twee omwindselbladen  en vier tot acht omwindseltjes. Deze laatste zijn meerbladig, meestal kaal en verschillend van hoogte. Het vruchtbeginsel is onderstandig met twee stijlen en twee stempels.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


AnRo0002 - CC0


AnRo0002 - CC0

Vruchten: Een splitvrucht. De vruchten zijn langwerpig (4-7 mm) en naar de top versmald, met bovenop de overblijfselen van de twee stempels. De ribben zijn breed en plat. De deelvruchten zijn rond. Tweezaadlobbig.


© Adrie van Heerden  - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger  - verspreidingsatlas.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde, warme plaatsen op natte, zeer voedselijke grond (zand, zavel, klei en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Ruigten (natte ruigten), struwelen (langs de rivieren), heggen, grienden, uiterwaarden, bermen, rivierduinen (lichte rivierduinbosjes), ruige dijken en waterkanten (aanspoelselgordels en strekdammen bij havens).

Verspreiding

Wereld: Midden- en West-Azië en Midden- en Zuidoost-Europa. Westelijk tot in Nederland.


gbif.org

Nederland: Zeldzaam langs de Rijn, Waal en Merwede. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Toepassingen

Vanwege de eetbare knol wordt de plant op kleine schaal gekweekt in Nederland en Duitsland. In Oost-Europa wordt de plant algemener gekweekt. De bladeren zijn licht giftig. De oude naam Knolkervel heeft de plant gekregen door zijn gelijkenis van de geveerde bladeren met de echte kervel.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 25, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1920)


Flora Batava, deel 25, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1920)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 5, Johann Carl Krauss (1800)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra