Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Knolrus - Juncus bulbosus

Frysk: Somperusk

English: Bulbous Rush

FranÁais: Jonc couchť

Deutsch: Knšuelbinse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Bulbosus betekent met een bol of een knol.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt, hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 5-20(-200) cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


minnastyrman -
CC BY-NC 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Geen wortelstok.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Stengels: Dichte polletjes vormend. De dunne stengels zijn vaak rood aangelopen en vrij sterk vertakt. Vaak wortelen ze op de knopen. Ze kunnen in het water drijven (en dan vaak niet bloeiend) of ze liggen op de grond of soms staan ze rechtop. Vaak azijn ze an de voet iets knolvormig verdikt en tot bovenaan bebladerd.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bladeren: De hoogtebladen steken meestal boven de bloeiwijze uit. De opgerichte bloeistengels dragen in de onderste helft enkele draadvormige bladen, waarvan de bladschijf dwarsschotten heeft die van buiten af vaak nauwelijks zichtbaar zijn (geen volledige dwarsschotten). De bladen zijn 5-25(-36) cm lang. In dieper water zijn ze vaak zeer dun.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is vertakt. De ijle bloemhoofdjes zijn niet opeengedrongen en staan aan het eind van rechtopstaande tot wijd afstaande, vaak gekromde en niet of maar weinig vertakte takken. De zes bloemdekbladen zijn allemaal ongeveer even lang. Ze zijn vrij spits tot stomp, langwerpig, groenig tot bruin, 3-4 mm, iets korter tot iets langer dan de vrucht. In de bloeiwijze ontwikkelen zich vaak jonge plantjes. Bloemen met drie meeldraden, maar soms vier tot zes.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten zijn meestal sigaarvormig met een kort stekelpuntje. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte, voedselarme, zure grond. Ook in stromend en stilstaand, ondiep water (zand, leem en veen, soms op zware klei).

Groeiplaatsen: Moerassen (oud veenmosrietland), zeeduinen (duinvalleien), waterkanten en water (zandige of lemige oevers van vennen en langs en in beekjes, sloten en greppels), heide (langs vennen en afgeplagde heide), afgravingen (zandgroeven en leemputten) en in karrensporen.

Verspreiding

Wereld: Noordwest-Afrika, op eilanden in de Atlantische Oceaan en in West-, Midden- en Noord-Europa (ook op IJsland). Eveneens in Newfoundland. Ingeburgerd in o.a. Nieuw-Zeeland.

Nederland: Algemeen in het oosten en midden van het land en op de Waddeneilanden en zeldzaam in laagveengebieden. Elders zeldzamer of ontbrekend.

Vlaanderen: Vrij algemeen. Het meest in de Kempen en zandig Vlaanderen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen in de Ardennen. Elders zeldzamer.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Flora Batava, deel 19, Jan Kops en F.W. van Eeden (1893)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)
Deutschlands flora, deel 9, J. Sturm, J.W. Sturm (1812-1814)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 5 (1792)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL