Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Knolvossenstaart - Alopecurus bulbosus

Frysk: Rottesturtsje

English: Bulbous Foxtail

Français: Rottesturtsje

Deutsch: Vulpin bulbeux

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Alopecurus komt van het Griekse alopex (vos) en oura (staart), vanwege de vorm van de aar. De Nederlandse naam vossenstaart heeft dezelfde betekenis. Bulbosus betekent met een bol of een knol.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 10-40 cm.


Daderot - Public Domain


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - www.discoverlife.org


Marco Iocchi -
CC BY-NC-ND 4.0


Marco Iocchi -
CC BY-NC-ND 4.0

Wortels: Een knolvormige verdikte voet. De 1 cm grote stengelknolletjes zijn bolrond of uivormig. Vaak zijn ze paars of roodachtig en zitten ze net onder de grond.


Herbier Guittot -
CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand  - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


herbariaunited.org


http://sophy.tela-botanica.org/

Stengels: De stengels zijn meestal opstijgend. Het knievormig geknikte deel is klein t.o.v. het rechtopstaande deel. De stengels wortelen niet op de knopen en vertakken zich ook niet. Knolvossenstaart vormt vaak polletjes, maar soms is er ook maar één stengel.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - www.discoverlife.org

© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - www.discoverlife.org


http://sophy.tela-botanica.org/


herbariaunited.org

Bladeren: De bladen zijn grijsgroen.


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Marco Iocchi -
CC BY-NC-ND 4.0


http://sophy.tela-botanica.org/


herbariaunited.org

Bloemen: Tweeslachtig. De halm en de bloeiwijze zijn gewoonlijk vrij slank. De aartjes worden tot 4 mm lang. De helmknoppen zijn roomwit, maar later worden ze iets geel. De kelkkafjes wijken aan de top iets uit elkaar en zijn nauwelijks met elkaar vergroeid. Ze hebben een spitse naaldachtige top en zijn 3-4 mm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Mathieu Menand - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - www.discoverlife.org

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op permanent vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, brakke grond (zand, soms enigszins venig, zavel en klei).

Groeiplaatsen: Grasland (zilt grasland en brak poldergrasland), zeeduinen en zeedijken (plaatsen waar zout water onder een dijk of een smalle duinstrook door kwelt of waar in de ondergrond zout veen zit), hogere delen van kwelders (schorren), soms op meer verstoorde plaatsen en schorren langs zeearmen in het mondingsgebied van rivieren.

Verspreiding

Wereld: Langs de kust van het westelijk Middellandse-Zeegebied en West-Europa tot in Zuid-Wales en Midden-Engeland en de Wezer ten noorden van Bremen.

Nederland: Zeldzaam in Zeeland en aangrenzende gebieden in Zuid-Holland en aan de kust in Noord-Nederland en zeer zeldzaam langs het IJsselmeer en aan de monding van de IJssel. Sterk achteruitgegaan.

Vlaanderen: Vroeger zeer zeldzaam, met name langs de Schelde ten noorden van Antwerpen. Voor het laatst gevonden de jaren vijftig van de vorige eeuw. De rode blokjes geven aan waar de plant vroeger is gevonden, maar daar nu is verdwenen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


La flore et la pomone francaises, deel 3, J.H. Jaume Saint-Hilaire (1830)


Species graminum, deel 1, K.B. Trinius en W.G. Pape (1823-1828)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra