Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Knopbies - Schoenus nigricans

Frysk: Knopspyts

English: Black Bog-rush

FranÁais: Choin noir‚tre

Deutsch: Schwarze Knopfbinse

Synoniemen: Zwarte knopbies

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Schoenus is afgeleid van het Griekse schoinos (strik), gebruikt als vlechtwerk, vanwege de taaiheid van de halmen. Nigricans betekent zwartachtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of helofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m juli, maar soms tot in de herfst.

Afmeting: 10-45 cm.


Jason Grant -
CC BY-NC 4.0


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Krzysztof Ziarnek -
GFDL

Wortels: Een vertakte wortelstok.


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org


herbariaunited.org

Stengels: De plant vormt dichte pollen, die stijf, blauwgroen zijn. De rolronde stengels zijn stug, gestreept, met alleen aan de voet enige priemvormige bladen.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


jan_perret -
CC BY-NC 4.0


Giulio Pandeli -
CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De stengel draagt alleen aan de voet enige stijve, priemvormige, boven iets gootvormige bladen. Debladen hebben een overlangse groef, zijn minder dan 1 mm breed en worden naar de top vaak dor en bruin. Ze zijn half zo lang tot iets langer dan de stengel. De onderste bladen hebben zwartbruine, naar boven meestal geelbruine, glanzende, open scheden en een donker- tot zwartgekleurde bladschijf.


Daderot -
CC0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Gianluca Nicolella -
CC BY-NC-ND 4.0


Matt Reala -
CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Meestal zitten er twee schutbladen aan de voet. De bloeiwijze is hoofdjesachtig, 1-1Ĺ cm lang en bevat vijf tot vijftien zwartbruine, afgeplatte, langwerpige aartjes. Het onderste steekt vaak boven de bloeiwijze uit en is 2-5 cm, maar soms tot 10 cm lang en is aan de voet schedeachtig verbreed. De helmknoppen worden tot bijna 0,5 cm lang. De stijl is lang, heeft drie stempels en is aan de voet iets verdikt. De kafjes zijn glanzend zwartbruin. De onderste twee tot vier kafjes hebben geen bloem. Daarop volgen meestal drie kafjes met volledig ontwikkelde bloemen en daarna nog eens twee met onvolledig ontwikkelde bloemen.


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Het nootje is in doorsnede stomp driekantig, eirond tot langwerpig, glanzend wit en met een kleine stijlrest. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan ťťn jaar). Eenzaadlobbig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Carlo Cibei -
CC BY-NC-ND 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, voedselarme, zwak zure tot kalkrijke, zoete of ontziltende grond. Er zijn open plekken nodig tijdens de vestiging (zand, leem en veen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinvalleien, duinmoerassen, valleitjes in duinweiland en strandvlakten omringd door duinen waaruit zoet water toevloeit), moerassen (kalkmoerassen en moerassen op de grens van beekdalen en heide met kalkrijke kwel) en grasland (blauwgrasland).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-AziŽ, Noord-Afrika, SomaliŽ en Zuid-, Midden- en West-Europa, noordelijk tot in Schotland en het Oostzeegebied. Andere ondersoorten komen voor in Zuid-Afrika, het Caribische gebied en in CaliforniŽ.

Nederland: Zeldzaam. Het meest op de Waddeneilanden en in de Hollandse duinen tussen Bergen en Castricum. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in de duinen en in de Zand- en Zandleemstreek. Zeer sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam in de moerassen van de Semois in Lotharingen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 3, Jan Kops (1814)


Deutschlands flora, deel 10, J. Sturm, J.W. Sturm (1814-1817)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


British entomology, deel 4, J. Curtis

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL