Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Knotszegge - Carex buxbaumii

Andere namen

Frysk: Knotssigge

English: Buxbaum's sedge

Français: Laîche de Buxbaum

Deutsch: Buxbaums Segge

Verouderde of andere namen: Grote knotszegge

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex buxbaumii

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Buxbaumii is genoemd naar de Duitse botanicus Johann Christian Buxbaum (1693-1730).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 30-70 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


DeanWmTaylor - CC BY 2.0


A.Poirel - CC BY-SA 2.0 FR


© Biopix: JC Schou

Wortels: Lange wortelstokken met uitlopers.


DeanWmTaylor - CC BY 2.0


http://herbariaunited.org/


imago.indiana.edu - CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org - CC0-1.0

Stengels: De dunne stengels zijn scherp driekantig. De onderste scheden zijn roodbruin. Haarden vormend.


© Nelleke Cornips - verspreidingsatlas.nl


© Jelle Hofstra - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bladeren: De bladeren zijn blauwgrijs en met een lange driekantige top.


© Niels Jeurink - verspreidingsatlas.nl


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou


© Biopix: JC Schou

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze is iets onderbroken en bevat meestal drie of vier aren. De topaar heeft van boven tot iets onder het midden vrouwelijke bloemen. Daaronder zitten de mannelijke bloemen. Als de vruchten van de aar rijp zijn is de aar knotsvormig. De andere aren zijn helemaal vrouwelijk. Ze staan rechtop en hebben vrijwel geen steel. De schutbladen hebben geen schede. Het onderste is minstens zo lang als de bloeiwijze en aan de voet vaak iets dwars gerimpeld. De kafjes zijn donker roodbruin, naar de top vaak scheef ontwikkeld, voor een deel toegespitst, voor een deel afgeknot en met een lichte middennerf (als een stekelpunt).


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl


Kenraiz - GFDL


© Biopix: JC Schou

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het urntje is afgeplat-eivormig, 3-4 mm, bleekgroen en onduidelijk generfd. Het heeft een zeer korte snavel, die in twee iets uit elkaar wijkende tanden is gespleten. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Hurd, E.G., N.L. Shaw, J. Mastrogiuseppe, L.C. Smithman, and S. Goodrich - Public Domain


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op natte, matig voedselarme tot matig voedselrijke, zwak zure grond (veen, humeus zand of keileem).

Groeiplaatsen: Grasland (blauwgrasland en glooiingen in grasland), moerasseen (op de overgang tussen trilveen en schraalland), vrij schrale ruigten, kanaalbermen en legakkers (onverveende stroken).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koudere delen op het noordelijk halfrond, Noord-Amerika, Noord-Azië en Oost-, Noord- en Midden-Europa, westelijk tot in Duitsland met voorposten in Frankrijk, Nederland en Groot-Brittannië.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam in laagveengebieden in Noordwest-Overijssel, het grensgebied van Zuid-Holland en Utrecht en Zuidoost-Fryslân.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: matig afgenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Moor-Segge
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra