Wilde planten in Nederland en België

Kogellook - Allium sphaerocephalon

Frysk:

English: Round-headed Leek

Français: Ail à tête ronde

Deutsch: Kugel-Lauch

Synoniemen:

Familie: Amaryllidaceae (Narcisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Allium komt van het Griekse aglis (knoflook), dat is ontstaan uit glis (iets kroms of rond), dat verwijst naar de bol van de looksoorten. Allium zou echter ook afkomstig kunnen zijn van het Keltische all (warm, scherp of brandend), dat slaat op de eigenschappen van de plant. Sphaerocephalon betekent met bolvormige hoofdjes.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt .

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-80 cm.


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Daniel Villafruela - CC BY-SA 4.0


Raffi Kojian - CC BY-SA 3.0

Wortels: De bollen zijn 1 tot 2 cm.


Bartol Pavušek - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Stengels: Rechtopstaande bloeistengels.


Patrice78500 - CC BY-SA 3.0


O. Pichard - CC BY-SA 3.0


Yuriy75 - CC BY-SA 3.0


Patrick Standish - CC BY 2.0

Bladeren: Meestal heeft elke plant twee tot zes bladen. Ze zijn smal lijnvormig, halfrond, van boven gegroefd, hol en 1-4 mm in doorsnede. Meestal omvatten ze met de schede de onderste helft van de bloeistengel.


Rodw - CC BY-SA 4.0


Javier martin - Public Domain


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


laurenthoff - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. Vaak rijkbloeiend. Meestal zonder broedbolletjes in de bloeiwijze. De 2-3 cm grote bloeiwijze is bolvormig. De 0,35-0,55 cm grote bloemen zijn roodpaars of roze en klokvormig. De meeldraden steken ver uit het bloemdek. Het kort gepunte omwindsel blijft aan de bloeiwijze hangen.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


H. Zell - CC BY-SA 3.0


H. Zell - CC BY-SA 3.0


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


Mario Vega Pérez - CC BY-NC 4.0


Alberto Salguero - CC BY-SA 3.0


Nino Messina - CC BY-NC-ND 4.0


Mario Vega Pérez - CC BY-NC 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vrij droge, kalkrijke grond.

Groeiplaatsen: Grasland (kalkgrasland), kalkrotsen en kalkrijke duinen.

Verspreiding

Wereld: Zuid-, West- en Midden-Europa, Zuidwest-Azië en Noord-Afrika.

Nederland: Zeldzaam. Niet ingeburgerd.

Vlaanderen: Niet ingeburgerd.

Wallonië: Zeldzaam in het Maasgebied.

Toepassingen

In cultuur als tuinplant. Ook vaak aangeplant in bermen e.d., met name binnen de bebouwde kom.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Curtis's Botanical Magazine, deel 7, William Curtis (1794)


Les Liliacées, deel 7, P.J. Redouté (1805-1816)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL