Wilde planten in Nederland en België

Koninginnekruid - Eupatorium cannabinum

Frysk: Leverkrûd

English: Hemp Agrimony

Français: Eupatoire chanvrine

Deutsch: Wasserdost

Synoniemen: Leverkruid, Koninginnenkruid

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Eupatorium is genoemd naar Eupator, de bijnaam van koning Mithridates van Pontus. Cannabinum betekent hennepachtig. Koninginnekruid is een verbastering van de Duitse naam Kunigunden-Kraut genoemd naar de echtgenote Van keizer Hendrik II, de heilige Kunegunde. Zij gebruikte het kruid tegen leverkwalen als ziekenverzorgster. Sinds de oudheid werd de plant medisch gebruikt tegen leverkwalen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 50-150 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Pimpinellus -
CC BY-SA 4.0


H. Zell -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een wortelstok.


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn vaak rood aangelopen. Ze zijn rijk bebladerd en alleen in de bloeiwijze vertakt. Ze zijn kort en vrij dicht behaard.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl


© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl


Donald Hobern -
CC BY 2.0

Bladeren: De tegenoverstaande bladeren hebben een korte steel. Ze zijn handvormig driedelig of vijfdelig. De slippen zijn grof gezaagd. De bovenste bladeren zijn niet gedeeld.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Bert Verbruggen - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjes groeien in dichte, iets afgeplatte pluimen. De hoofdjes bevatten vier tot zes bloemen en zijn 2-5 mm. De bloemen zijn rozewit tot rozerood. Er zijn alleen buisbloemen die ongeveer 0,5 cm lang worden. Aan de top zijn ze klokvormig verwijd. De bloemhoofdjesbodem is vlak en zonder stroschubben. Bloemen met vijf vergroeide meeldraden en een onderstandig vruchtbeginsel met een stijl en twee stempels.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden zijn 3 mm lang, vijfkantig en met bruinwitte vruchtpluisharen. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, kalkrijke tot zwak zure grond (vrijwel alle grondsoorten, maar niet op zware zeeklei en erg schraal zand). Vaak op plekken met opgehoopt dood, plantaardig materiaal.

Groeiplaatsen: Moerassen (rietland en trilveen), waterkanten (o.a. langs greppels, sloten, verruigde rietkragen, hogere delen van oevers met ophopend aanspoelsel en stenen beschoeiingen), bossen (natte loofbossen en moerasbossen), bosranden, struwelen, kapvlakten, ruigten (natte ruigten), langs spoorwegen (spoorbermen), kanaalbermen, tussen straatstenen, plantsoenen, parken, recreatieterreinen en zeeduinen (kalkrijkere plekken in duinvalleien).

Verspreiding

Wereld: Zuidwest-Azië, de Himalaya, Noordwest-Afrika en Europa. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië.

Nederland: Algemeen, maar vrij zeldzaam in het noordelijk zeekleigebied en op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Algemeen.
Wallonië:
Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Boelkens cruyt manneken
Cruijdeboek, deel 1, Rembert Dodoens. Gheslacht, onderscheet, fatsoen, naemen, cracht ende werckinghe (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


Die Giftpflanzen Deutschlands, P.H.H. Esser, W. Müller (1910)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 8 (1794)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 5, J.E. Sowerby (1866)


Herbarium Blackwellianum, deel 2, E. Blackwell (1754)


Atlas des plantes de France, deel 2, Amédée Masclef (1890)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Genera plantarum florae germanicae, Conspectus, deel 5, T.F.L. Nees von Esenbeck (1845)


Icones plantarum rariorum, N.J. von Jacquin, deel 1 (1781-1786)


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


British entomology, deel 5, J. Curtis (1823-1840)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


Cannabina aquatica
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL