Wilde planten in Nederland en België

Koprus - Juncus capitatus

Frysk: Koprusk

English: Capitate Rush

Français: Jonc capité

Deutsch: Kopf-Binse

Synoniemen:

Familie: Juncaceae (Russenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Juncus komt van het Latijnse jungere (verbinden), omdat soorten van dit geslacht werden gebruikt als bind- en vlechtmateriaal. Capitatus betekent met een kop.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 1-15 cm.


© Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Julien Barataud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: Polletjes vormend. De bladloze stengels zijn vaak wat rood aangelopen, draaddun en kantig. Ze staan steil rechtop en zijn niet vertakt.


© Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: Alle bladeren zijn grondstandig. De bladschede is vrij breed en niet geoord. De bladschijf is zeer smal, vlak of gootvormig zonder dwarsschotten en tot half zo hoog als de stengels. De schede van de onderste bladen zonder oortjes.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Alessandro Alessandrini -
CC BY-NC-ND 4.0


Brunello Pierini -
CC BY-NC-ND 4.0


© Gerben Winkel -
CC BY-NC-ND 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen onder het bloemhoofdje zijn bladachtig aan de voet verbreed en een stuk langer dan de bloemen (anderhalf tot twee keer zo lang). Aan de top zit meestal één bloemhoofdje (maar soms zijn het er twee of drie) met schutbladen. Het hoofdje wordt soms geflankeerd door een lang gesteeld en erboven uitstekend hoofdje. De buitenste drie bloemdekbladen worden tot 0,5 cm en zijn breed vliezig gerand. Verder zijn ze toegespitst in een zich naar buiten krommende punt. De binnenste drie bloemdekbladen zijn korter, stomp met een stekelpuntje en vliezig, behalve de groene middennerf. Afzonderlijke bloemen zonder steelblaadjes aan de voet. Bloemen met drie meeldraden.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. Eenzaadlobbig.


© Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas.nl


© Joke Schaminée-Sluis - verspreidingsatlas.nl


Julien Barataud - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, matig voedselarme, zwak zure, al of niet humeuze grond (zand en leem).

Groeiplaatsen: Waterkanten (greppels, drooggevallen ondiepe plassen en sloten met stagnerend water in de winter en beek- en rivierstrandjes), heide (karrensporen en natte hei), afgeplagde plaatsen, grasland (door vee opengetrapte plaatsen), bossen (open plekken in moerasbossen), zeeduinen (afgeplagde plekken in duinheide) en akkers (greppels tussen akkers en in verslempte ploegvoren in zandige akkers).

Verspreiding

Wereld: Middellandse-Zeegebied en Europa, noordelijk tot aan de Noordzee en de Oostzee (Denemarken, Noord-Duitsland en Noord-Polen) en oostelijk tot het oosten van Oekraïne. Ook op een aantal eilanden in de Atlantische Oceaan, in enkele verspreide gebiedjes in Afrika en (vermoedelijk ingevoerd) op een paar plaatsen in Australië en in Noord- en Zuid-Amerika.

Nederland: Zeer zeldzaam in het zuidoosten van het land en in Noord-Brabant. Vroeger ook op enkele Waddeneilanden en in Midden- en Oost-Nederland.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Sterk afgenomen.
Wallonië:
Verdwenen. Vroeger zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 13, Jan Kops, F. A. Hartsen en F.W. van Eeden (1868)


Deutschlands flora, deel 4, J. Sturm, J.W. Sturm (1803-1804)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Icones et descriptiones plantarum, deel 3, A.J. Cavanilles (1794)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL