Wilde planten in Nederland en België

Koraalmeidoorn - Crataegus rhipidophylla

Frysk:

English:

Français: Aubépine à feuilles en éventail

Deutsch: Großkelchiger Weißdorn

Synoniemen: Crataegus rosiformis

Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Crataegus is afgeleid van het Griekse krata (kop) en aix (geit), dus geitenkop, maar volgens anderen komt het van het Griekse kratos (kracht), om de hardheid van het hout.

Kruisingen: Koraalmeidoorn kan een bastaard vormen met Eenstijlige meidoorn (Crataegus x subsphaerica ) en Tweestijlige meidoorn (Grootvruchtige meidoorn - Crataegus x macrocarpa).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Boom of struik.

Winterknoppen: Fanerofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 2-6 meter.


Maja Dumat -
CC BY 2.0


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/


Marie-Jo Ineichen - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Stam en takken: De korte, kale takken zijn paarsachtig of kaneelbruin.


Sabina Hartmann -
CC BY-SA 4.0


Moscow University Herbarium -
CC BY 4.0


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/

Bladeren: De driehoekig-eironde bladeren zijn meestal tot op de helft gelobd tot gespleten. De bladslippen zijn scherp en fijn getand, behalve aan de wigvormige bladvoet. De steunblaadjes hebben dicht opeenstaande scherpe tanden, met daarop meestal gesteelde klieren.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/

Bloemen: Tweeslachtig. De witte bloemen zijn 1,5-2 cm. Elke bloem heeft één stijl. De kelkbladen zijn langwerpig, hebben een iets verbrede voet en zijn smal driehoekig toegespitst.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0


Rolf Engstrand -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een pitvrucht. De lichtrode bessen zijn 1-1,5 cm. Ze hebben een opstaande kelk en bevatten één pit. Tweezaadlobbig.


Franz Xaver -
CC BY-SA 3.0


Knud Ib Christensen -
CC BY-SA 3.0


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/


Beppe Di Gregorio - http://luirig.altervista.org/

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig vochtige tot matig droge, matig voedselrijk tot voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudend, humeuze, lemige grond. Koraalmeidoorn is minder lichtbehoeftig dan Eenstijlige meidoorn.

Groeiplaatsen: Bossen (lichte plekken in loofbossen, vaak op warme en meer kalkrijke plaatsen), struwelen en heggen.

Verspreiding

Wereld: Midden- en Noordwest-Europa en Zuidwest-Azië. Westelijk tot in Nederland en België. Niet in het uiterste noorden.

Nederland: Zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Verdwenen. Hybriden met  Koraalmeidoorn  komen echter nog wel voor.
Wallonië:
Verdwenen.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL