Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Koraalwortel - Corallorhiza trifida

Frysk:

English: Early Coralroot

FranÁais: Racine de Corail

Deutsch: Korallenwurz

Synoniemen: Corallorrhiza trifida, Coralliorrhiza innata

Familie: Orchidaceae (OrchideeŽnfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Corallorhiza komt van het Griekse corallion (koraal) en rhiza (wortel), vanwege de vorm van de wortels. Trifida betekent driespletig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Parasiet.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 7-30 cm.


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl


Ed Richards - CC BY-NC 4.0


Bernd Haynold - CC BY-SA 3.0


Laurent Jacques - CC BY-NC 4.0

Wortels: De vlezige wortelstok is sterk koraalachtig vertakt. Hier en daar gaan zij aan de top in langere uitlopers over.


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Claude Bouzat - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: De bleek geelgroene, slanke, rechtopstaande of opstijgende, kale stengels zijn niet bebladerd, maar je ziet wel twee tot vier (meestal drie) iets buikige, elkaar overlappende vliezige schubben (tot omstreeks het midden van de stengel).


Bartosz Cuber - CC BY-SA 3.0


Albert Herring - CC BY 2.0


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si


Genevieve Botti - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De vliezige bladen bevatten maar heel weinig bladgroen.


rainerburkard - CC BY-NC 4.0


Jean-Louis Cheype - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si


Anja Cervencl - CC BY-NC 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De schutbladen zijn zeer klein, driehoekig, lichtgeel, veel korter dan het vruchtbeginsel. De bloemtrossen bevatten maar weinig kleine bloemen, meestal met vier tot negen bij elkaar. De rechtop-afstaande bloemen zijn licht geelgroen. De zes bloembladen zijn 3-6 mm. De 5 mm grote lip is niet gedeeld of iets drielobbig, langwerpig, (vrijwel) niet gespoord en wit met rode lijnen en puntjes. De stempelzuil is vrij lang, bijna cylindrisch, met roodachtige puntjes, gekromd en niet gevleugeld. Het vrije helmknopje bevat twee bijna bolronde, tweedelige, vrije stuifmeelklompjes. Het vruchtbeginsel is spilvormig, niet gedraaid en veel langer dan de gedraaide steel.


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl


© Bert Blok - verspreidingsatlas.nl


© Domenico Puntillo - CC BY-SA 3.0


M. KlŁber - CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vrucht is vrij groot en helt naar beneden met bovenop de blijvende bloemdekbladen. Eenzaadlobbig.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Benjamin Zwittnig - CC BY 2.5 si


afid - CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, humusrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond (duinzand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeeduinen (duinbossen en duinvalleien) en humusrijke bossen.

Verspreiding

Wereld: Koude en gematigde bergstreken op het noordelijk halfrond, o.a. in Noord- en Midden-Europa. In Schotland in bossen, maar ook in open duinterreinen.

Nederland: Vroeger in de duinen bij Bergen. Voor het laatst gevonden in 1942.

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam in de Ardennen in het dal van de Wamme en in het dal van de Semois.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 22, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1906)


Botanische wandplaten, Henriette Schildhuis


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora regni borussici, deel 1, A.G. Dietrich (1832-1833)


Pflanzenleben des Schwarzwaldes, Friedrich Oltmanns (1927)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Flore illustrť de Nice et des Alpes-maritimes. Iconographie des Orchidťes, J.B. Barla (1868)


Hortus Eystettensis, deel 2, Bessler, Basilius (1620)


Sudetenflora, M. Winkler (1900)


Die Orchidaceen Deutschlands, Deutsch-Oesterreichs und der Schweiz, M. Schulze (1894)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Svensk botanik, deel 8, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


British entomology, deel 3, J. Curtis (1823-1840)


Flora Scotica, deel 1, J. Lightfoot, P. Mazell (1777)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL