Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Korrelganzenvoet - Lipandra polysperma

Frysk: Rinmealje

English: Many-seeded Goosefoot

FranÁais: Chťnopode polysperme

Deutsch: Vielsamiger GšnsefuŖ

Synoniemen: Chenopodium polyspermum

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Ganzenvoet dankt zijn naam aan de bladvorm, die op de pootafdruk van een gans lijken. Chenopodium is afgeleid van het Griekse Chenos (gans) en podion (voetje). Polyspermum betekent veelzadig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 10-80 cm.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Antti Bilund -
CC BY-SA 3.0

Wortels


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuch‚tel Herbarium -
CC BY-SA 3.0

Stengels: De liggende tot meestal rechtopstaande stengels zijn aan de voet vaak sterk vertakt. Verder zijn ze kaal, vierkantig en vaak rood aangelopen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Michael Becker -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De bladeren staan onderaan in paren tegenover elkaar, de bovenste staan verspreid. Ze zijn eivormig tot langwerpig met een vrijwel gave rand. Op de bladrand zie je vaak een smalle, scherpe, roodpaarse lijn.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Antti Bilund -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen groeien in ijle bloeiwijzen, verdeeld over bijna de hele hoogte van de plant. Het zijn lange, losbloemige aren verenigd tot bebladerde pluimen in de bladoksels. De bloemen zijn groenig en vier- of vijftallig.


Klaas Dijkstra -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Antti Bilund -
CC BY-SA 3.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De glanzende zaden worden tot 1 mm breed. Eerst zijn ze bruinrood, maar later worden ze zwart. De bloemdekbladen van de vrucht staan af (ze sluiten niet om de vrucht). De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetaties) op matig vochtige tot vrij natte, voedselrijke, kalkarme, vaak zandige, omgewerkte grond en op drooggevallen plekken. Ook op brakke plaatsen (zand, leem, zavel en lichte klei).

Groeiplaatsen: Akkers (akkers en akkerranden), moestuinen, bermen (open plaatsen), braakliggende grond, wijngaarden, plantsoenen, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), waterkanten (o.a. drooggevallen oevers van rivieren) en afgravingen.

Verspreiding

Wereld: Europa, behalve in de noordelijkste en westelijkste delen. Oostelijk tot in Midden-AziŽ. Ingevoerd in Noord-Amerika en Zuid-Afrika.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen, maar zeldzamer  in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 4, Jan Kops (1822)


Cleyn Majer
Cruijdeboek, deel 5, Rembert Dodoens. Cruyden, wortelen ende vruchten, diemen in die spijse ghebruyckt (1554)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


British entomology, deel 2, J. Curtis (1823-1840)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Deutschlands flora, deel 17, J. Sturm, J.W. Sturm (1838-1839)


Flora regni borussici, deel 11, A.G. Dietrich (1843)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)


Flora Londinensis, deel 2, William Curtis (1777-1778)


Polyspermon cassani bassi anguillarae
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL