Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Krabbenscheer - Stratiotes aloides

Andere namen

Frysk: Ielstikel

English: Water soldier

Français: Aloè s d'eau

Deutsch: Krebsschere

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Alismatales

Familie: Hydrocharitaceae (Waterkaardefamilie)

Geslacht: Stratiotes (Krabbenscheer)

Soort: Stratiotes aloides

Naamgeving (Etymologie): Stratiotes is Grieks en betekent soldaat, hetgeen slaat op de zwaardvormige bladen. Aloides is aloë achtig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 15-40 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De wintergroene stengels leven afwisselend onder en half boven water. De stengels bestaan uit een zeer kort stammetje met een rozet van talrijke bladeren. Er ontstaan uitlopers vanuit de oksels van sommige bladeren.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladeren vormen samen een rozet. Het rozet bestaat uit vele lijnvormige  tot langwerpige, enigszins gootvormig gekromde, spitse, getande  bladeren, die tot een paar dm lang worden. Op elke bladtand zit een naar voren gerichte stekel. De onder-waterbladeren zijn donkergroen tot wijnrood. De boven-waterbladeren zijn grasgroen.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Eenslachtig. Tweehuizig. De bloeiwijzen zitten in de oksels van één of enkele bladeren in het midden van de rozet en zijn meestal korter dan de bladeren. De kroonbladen zijn wit. Bij de vrouwelijke planten ontspringt in de bloeischede é é n vrijwel zittende bloem met een trechtervormige kroon van ongeveer 4 cm. Het vruchtbeginsel is naar de top vernauwd, zodat de rest van de bloem op een steeltje lijkt te staan. De bloemen hebben zes korte stijlen, die elk twee lange stempels  hebben. Bij de mannelijke planten ontspringen in de bloeischede drie tot zes gesteelde bloemen, waarvan maar één tegelijk bloeit. Deze hebben een schaalvormig uitgespreide bloemkroon en ongeveer twaalf meeldraden.


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een bes. Er ontstaan echter maar zelden vruchten. De vruchten zijn groen, besachtig, leerachtig-vlezig, zeskantig met twee scherpe, gestekelde ribben. De zaden zijn buis- tot worstvormig, bruin en ongeveer 1 cm, maar soms veel korter. De breedte is maximaal 3 mm. Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige, luwe plaatsen in ondiep, stilstaand of langzaam stromend, matig voedselrijk tot voedselrijk, zoet tot soms zwak brak, zwak zuur tot zwak kalkhoudend water met een bodem van laagveen, rivierklei of zand.

Groeiplaatsen: Water (spoorsloten, plassen, vijvers, luwe zijden van niet te grote plassen, petgaten, brede maar niet te diepe sloten, nieuwe kavelsloten, niet meer gebruikte kanalen, hoogveenwijken en hoogveenpoelen met binnendringend voedselrijk water, oude afgravingen en afgesloten rivierarmen).

Verspreiding

Wereld: Koel-gematigde streken in West- en Midden-Azië en Europa. Noordelijk van Midden-Engeland door Zuid-Zweden en Finland naar Noord-Rusland en zuidelijk tot in het dal van de Donau tot aan de Zwarte zee. Ook in de Povlakte. Min of meer ingeburgerd in Schotland, Ierland en Frankrijk.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in laagveengebieden, met name in Fryslâ n, bij Groningen, in Zuidwest-Drenthe, Noord- en West-Overijssel, Midden- en oostelijk Zuid-Holland, in aangrenzende delen van Noord-Holland en Utrecht, in het Gelderse rivierengebied en in noordelijk Noord-Brabant. Elders zeer zeldzaam of ontbrekend.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam, o.a. nog in de Scheldevallei.
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd. Beschermd.

Wallonië : Niet in Wallonië .

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

     

© 2001-2018 K.M. Dijkstra