Wilde planten in Nederland en België

Kransnaaldaar - Setaria verticillata

Frysk: Wrede swartkopraai

English: Rough Bristle-grass

Français: Sétaire verticillée

Deutsch: Quirlige Borstenhirse

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Setaria is afgeleid van het Latijnse seta (borstel), vanwege de borstels, die de aartjes omgeven. Verticillata betekent met bloem- of bladkransen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m september.

Afmeting: 15-100(-150) cm.


Penlock Chen -
CC BY-NC 4.0


Forest & Kim Starr -
CC BY 3.0


Forest & Kim Starr -
CC BY 3.0


Forest & Kim Starr -
CC BY 3.0

Wortels


herbariaunited.org


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Een rechtopstaande bloeistengel.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Forest & Kim Starr -
CC BY 3.0

Bladeren: De bladeren lijken veel op die van Groene naaldaar. De sterk afgeplatte engekielde bladschede is meestal gewimperd aan de rand en aan de bovenkant hebben ze vaak verspreide haren.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Javier martin - Public Domain

Bloemen: Tweeslachtig. De pluimas heeft alleen korte haren (tot 0,2 mm lang). De pluim is meestal aan de voet onderbroken. De één of twee borstels onder de aartjes zijn 3-5 mm lang, meestal lichtbruin en soms aan de top paars aangelopen en met naar achteren gerichte tandjes. Bij het naar boven strijken voelen ze erg ruw aan. Bij andere soorten is dat andersom.


Willie Riemsma -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Nicolas Sennavoine - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen op droge, matig voedselrijke, meestal kalkarme, omgewerkte zandgrond.

Groeiplaatsen: Akkers (met name maisakkers, maar ook in hakvruchtakkers), moestuinen, bermen (omgewoelde plaatsen), ruigten, perken, plantsoenen, stortterreinen, haventerreinen, aan de voet van muren, wegranden en langs spoorwegen (spoorwegterreinen).

Verspreiding

Wereld: Warm-gematigde streken in Azië, Afrika en Europa. Ingeburgerd in Amerika, Nieuw-Zeeland en Australië.

Nederland: Vrij algemeen  in het zuiden en oosten van het land.

Vlaanderen: Algemeen ingeburgerd.
Wallonië:
Vrij algemeen in Brabant en het Maasgebied.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 1 Graminae, deel 2, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Parisiensis, deel 8, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Flora Londinensis, deel 4, William Curtis (1781-1784)


Species graminum, deel 2, K.B. Trinius en W.G. Pape (1829)
Species graminum, deel 3, K.B. Trinius en W.G. Pape (1830-1836)


Panici effigie gramen tertium
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL