Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kransvederkruid - Myriophyllum verticillatum

Frysk: Kr‚nsfearkrŻd

English: Whorled Milfoil

FranÁais: Myriophylle verticillť

Deutsch: Quirliges Tausendblatt

Synoniemen:

Familie: Haloragaceae (Vederkruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Myriophyllum komt van het Griekse myrios (tienduizend) en phyllon (blad), hetgeen slaat op de verdeling van de bladen in vele fijne slippen. Verticillatum betekent met bloem- of bladkransen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hydrofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m augustus.

Afmeting: 50-500 cm.


Oleg Kosterin -
CC BY 4.0


svetlana-bogdanovich -
CC BY-NC 4.0


Mihail Knjasev -
CC BY-NC 4.0


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0

Wortels


Panek -
GFDL


Overwinteringsknop
Kristian Peters -
CC BY-SA 3.0


mallaliev -
CC BY-NC 4.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De donkergroene stengels zijn meestal maar weinig vertakt. In de nazomer worden er winterknoppen gevormd, die los overwinteren.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0


John Crossley - CC BY-NC-ND 4.0

Bladeren: De bladen groeien in kransen van vier tot zes. Elk blad heeft acht tot tien paren van ongeveer tegenoverstaande bladslippen. De steelblaadjes zijn handvormig gedeeld (dit is een verschil met Teer vederkruid en Aarvederruid).


Traper Bemowski-
CC BY 3.0


Panek -
GFDL


roman_romanov -
CC BY-NC 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. De in kransen groeiende bloemen zijn tweeslachtig. Elke bloemkrans heeft vier in een kruis staande en geveerde (met acht tot tien paar slippen) schutblaadjes, die langer zijn dan de bloemen. De onderste lijken vaak op gewone bladeren en worden tot 2 cm lang. De kroonbladen zijn lichtgroen tot roze. Aan de rand zijn ze scherp gezaagd en ze vallen pas na de bloei af. Bloemen met acht meeldraden. Landvormen zijn niet zeldzaam en komen vaak ook tot bloei.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Panek -
CC BY-SA 3.0


Hugues Tinguy -
CC BY-SA 2.0 FR


sultanov-rinat -
CC BY-NC 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De steenvruchtjes hebben een gladde wand. Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen in rustig, ondiep, voedselarm tot matig voedselrijk, stilstaand of soms stromend, zoet (zelden zeer zwak brak), zwak zuur tot licht kalkhoudend water. Vaak in kwelmilieus (laagveen, rivierklei, lemig zand en zand).

Groeiplaatsen: Water (sloten, spoorsloten, zeeduinen, met name in met rivierwater geÔnfiltreerde duinplassen, kanalen en kleine plassen).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koele streken op het noordelijk halfrond. Ook in Zuid-Amerika.

Nederland: Vrij zeldzaam in laagveengebieden, in het rivierengebied en in Noordoost-Nederland en zeldzaam in de Kempen. Elders zeer zeldzaam.

Vlaanderen: Zeldzaam. Sterk afgenomen.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam, Het meest in Lotharingen (de Gaume).

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Danica Georg Christian Oeder e.a. (1761-1888)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 4, J.E. Sowerby (1865)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Plantarum minus cognitarum Centuria I-V, deel 5, J.C. Buxbaum (1728-1740)


Rariorum plantarum historia, deel 2, C. Clusius (1601)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL