Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kruipende boterbloem - Ranunculus repens

Andere namen

Frysk: Krûpende bûterblom

English: Creeping Buttercup

Français: Renoncule rampante

Deutsch: Kriechender Hahnenfuß

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Ranunculales

Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)

Geslacht: Ranunculus (Boterbloem)

Soort: Ranunculus repens

Naamgeving (Etymologie): De Nederlandse naam is vanwege de boterkleurige bloemblaadjes. Ranunculus is het verkleinwoord van het Latijnse rana (kikker). Ranonkels groeien vaak in of langs het water en in vochtige weiden, de plek waar veel kikkers voor komen. Repens betekent kruipend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 10-50 cm.


Algirdas - CC BY-SA 3.0


Karelj - Public Domain


Harry Rose - CC BY 2.0


Matti Virtala - CC0

Wortels: Wortelend op de knopen.


  http://herbariaunited.org/


  http://herbariaunited.org/


  http://herbariaunited.org/


  http://herbariaunited.org/

Stengels: De opstijgende  bloeistengels zijn gegroefd (een verschil met scherpe boterbloem)  en meestal kaal. Met kruipende, bovengrondse, bebladerde uitlopers, die wortelen op de knopen en daar nieuwe rozetten  vormen. De plant is licht giftig.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Petr Filippov - CC BY-SA 4.0


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


RhinoMind - CC BY-SA 3.0

Bladeren: De verspreidstaande  bladeren varieren van dof lichtgroen tot glanzend donkergroen, soms met een zwarte tekening. De rozetbladen zijn lang gesteeld, driehoekig en drietallig. Het middelste topblaadje steeds met een lange steel (een verschil met scherpe boterbloem).


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Grada Menting - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Bloemen: Tweeslachtig. De vijftallige, gele bloemen zijn 2-3 cm. De lichtbehaarde  kelk (met vijf kelkbladen) staat rechtop en de bloembodem is eveneens behaard. Er zijn veel meeldraden  en vruchtbeginsels.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl


© Rudolf van der Schaar - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het vruchthoofdje  is bolvormig. Gladde vruchtjes met een zwak gekromde, bijna rechte snavel, die alleen aan de top iets is gebogen. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Matt Lavin - CC BY-SA 2.0


Frank Vincentz - CC BY-SA 3.0


Harry Rose  - CC BY 2.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open tot grazige plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke, vaak wat verdichte en/of verstoorde, niet te zure grond (vrijwel alle grondsoorten).

Groeiplaatsen: Moerassen, bermen, zeeduinen (duinvalleien), akkers, tuinen, omgewerkte grond, braakliggende grond, plantsoenen, ruigten, grasland, uiterwaarden, bosranden, bossen (wilgenvloedbossen en langs bospaden), langs wegen in geultjes en waterkanten (open plekken o.a. langs poelen, sloten en vijvers).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken in Europa, Azië en Noordwest-Afrika. Ingeburgerd in Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.


gbif.org

Nederland: Zeer algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Zeer algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Goldknöpfchen
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

   

© 2001-2018 K.M. Dijkstra