Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kruipertje - Hordeum murinum

Frysk: MŻzeweet

English: Wall Barley

FranÁais: Orge des rats

Deutsch: Mšusegerste

Synoniemen: Muizengerst

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hordeum is Oud Latijn voor Gerst. Waarschijnlijk is Hordeum afgeleid van het Griekse horreo (stijf staan, borstelig zijn), naar de ruwe kafnaalden of van het Latijnse hordus (zwaar), omdat gerstenbrood bijzonder zwaar is. Murinum betekent van muizen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt, zelden hemikrytofyt.

Hoofdbloei: Juni t/m november.

Afmeting: 15-60 cm.


lucapassalacqua -
CC BY-NC 4.0


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


hikingsandiego -
CC BY-NC 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De lichtgroene (heldergroene), rechtopstaande stengels zijn kaal.


adriansmith13 -
CC BY-NC 4.0


AnRo0002 -
CC0


Alvesgaspar -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De lijnvormige bladen zijn voor het ontvouwen om de steel gerold. De bladscheden zijn kaal. De oortjes aan de bladvoet zijn sikkelvormig.


csmith185 -
CC BY-NC 4.0


willgeiger -
CC BY-NC 4.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De aar is 5-9 cm. De middelste drie aartjes zijn weinig groter en breder dan de zijdelingse. Per drie aartjes zijn vier van de zes kelkkafjes aan de voet duidelijk gevleugeld. De kelkkafjes van de middelste bloem is naar de voet geleidelijk iets verbreed, bij de voet steelvormig versmald en in het verbrede deel gewimperd. De buitenste kelkkafjes van van de zijdelingse bloemen zijn lang genaald, de binnenste kelkkafjes zijn in het onderste deel iets verbreed. De kafjes van alle bloemen zijn lang genaald. Deze naalden zijn bleekgroen en staan min of meer opgericht.


Guilherme Ramos -
CC BY-NC 4.0


Een aartje. Cor Nonhof -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


fistbear -
CC BY-NC 4.0


Curtis Clark -
CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Yoan Martin - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Michel Pansiot - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pionier en tredplant) op droge tot vochtige, matig tot zeer voedselrijke, min of meer verdichte of omgewerkte, vaak kalkhoudende grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen, dijken, grasland, industrieterreinen, haventerreinen, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, grasland (betreden grasvelden en speelplaatsen en droge weitjes met een niet-gesloten grasmat), braakliggende grond binnen de bebouwde kom, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), zeeduinen en op de grens van trottoirs en muren of heggen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordoosten.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)


Plantarum minus cognitarum Centuria I-V, deel 1, J.C. Buxbaum (1728-1740)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Hordeum spontaneum spurium
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL