Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kruipertje - Hordeum murinum

Frysk: MŻzeweet

English: Wall Barley

FranÁais: Orge des rats

Deutsch: Mšusegerste

Synoniemen: Muizengerst

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hordeum is Oud Latijn voor Gerst. Waarschijnlijk is Hordeum afgeleid van het Griekse horreo (stijf staan, borstelig zijn), naar de ruwe kafnaalden of van het Latijnse hordus (zwaar), omdat gerstenbrood bijzonder zwaar is. Murinum betekent van muizen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus en september.

Afmeting: 15-70 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu -
CC BY-NC 3.0


usuherbarium.usu.edu -
CC0-1.0

Stengels: De lichtgroene, rechtopstaande stengels zijn kaal.


AnRo0002 -
CC0


AnRo0002 -
CC0


Alvesgaspar -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De lijnvormige bladen zijn voor het ontvouwen om de steel gerold. De bladscheden zijn kaal. Er zitten oortjes aan de bladvoet.


AnRo0002 -
CC0


Miwasatoshi -
GFDL


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De aar is 5-9 cm. Per drie aartjes zijn vier van de zes kelkkafjes aan de voet duidelijk gevleugeld. De buitenste kelkkafjes van de bloemen aan de zijkant zijn priemvormig. De kafjes van alle bloemen hebben lange naalden. Deze naalden zijn bleekgroen en staan min of meer opgericht.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Een aartje
Cor Nonhof - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Curtis Clark -
CC BY-SA 2.5

Vruchten: Een graanvrucht. Eenzaadlobbig.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Yoan Martin - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Michel Pansiot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, open plaatsen (pionier en tredplant) op droge tot vochtige, matig tot zeer voedselrijke, min of meer verdichte of omgewerkte, vaak kalkhoudende grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bermen, dijken, grasland, industrieterreinen, haventerreinen, tussen straatstenen, tegen muren, ruderale plaatsen, grasland (betreden grasvelden en speelplaatsen en droge weitjes met een niet-gesloten grasmat), braakliggende grond binnen de bebouwde kom, langs spoorwegen (spoorwegterreinen), zeeduinen en op de grens van trottoirs en muren of heggen.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied. Nu in alle werelddelen, in gebieden met een gematigd klimaat.

Nederland: Algemeen, maar zeldzaam in het noordoosten.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Vrij algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Unsere Unkršuter, Zweite Auflage, L. Klein (1926)


Genera plantarum florae germanicae, Monocotyledones 2 Cyperaceae, deel 3, T.F.L. Nees von Esenbeck (1843)


Flora Londinensis, deel 5, William Curtis (1784-1788)


British phaenogamous botany, deel 5: W. Baxter (1834-1843)


Plantarum minus cognitarum Centuria I-V, deel 1, J.C. Buxbaum (1728-1740)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Hordeum spontaneum spurium
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL