Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kruipklokje - Campanula poscharskyana

Frysk:

English: Serbian bellflower

FranÁais: Campanule des murets

Deutsch: Hšngepolster-Glockenblume

Synoniemen: Servisch klokje

Naamgeving (Etymologie): Campanula betekent klokje, naar de vorm van de bloem. Poscharskyana verwijst naar de Duitse botanicus Gustav Adolf Poscharsky (1832-1915), die inspecteur van de botanische tuin in Dresden was en de grondlegger van de botanische tuin Schellerhau in Altenberg in Saksen.

Opmerking: De plant kan verward worden met DalmatiŽklokje.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 15-35 cm, zelden tot 50 cm.


Krzysztof Ziarnek -
CC BY-SA 4.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Femme Fatale -
CC BY-SA 4.0

Wortels: De plant kan zich ook verspreiden via de wortelstokken. In strenge winters kunnen de bovengrondse delen afsterven. De wortels zijn echter zeer winterhard, waardoor de plant het volgend jaar weer uitgroeit.


europeana.eu -
CC BY-SA 3.0


image.br.fgov.be -
CC BY-NC-ND 3.0


europeana.eu -
CC-BY-NC-SA-3.0


europeana.eu -
CC0

Stengels


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Agnieszka Kwiecien -
CC BY-SA 4.0


Agnieszka Kwiecien -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wintergroene, behaarde bladeren zijn eirond tot iets langwerpig en worden 2,5-4 cm lang.


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan Lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: De bloemen groeien in een veelbloemige, vertakte, vrij lange bloeiwijze. De bloemkroon is meer stervormig dan klokvormig. De paarsblauwe, wijd afstaande slippen zijn veel langer dan de kroonbuis. De kroonbladen zijn aan de basis vergroeid. De bloem heeft een wit hart en is 15-25 mm lang.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Jamain -
CC BY-SA 3.0


H. Zell  -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: De doosvrucht springt bij de voet open.


© Ralph Temmink -
CC BY-NC-ND 3.0


© Gertjan van Noord -
CC BY-ND 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op neutrale, vochtige, maar goed afwaterende, matig voedselrijke, zandige of stenige grond.

Groeiplaatsen: In steden op en langs tuinmuurtjes, langs gevels, tussen bestrating, op en rond trapportalen, in oude binnentuinen, in hofjes en op grachtenmuren.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit het Middellandse-Zeegebied (de Dinarische Alpen in KroatiŽ en de kalksteenbergen in ItaliŽ). Elders hier en daar ingeburgerd.


Nederland: In cultuur sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Vrij algemeen ingeburgerd in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Voor het eerst in het wild aangetroffen in 2001. Zeldzaam ingeburgerd. Voornamelijk in stedelijke gebieden.
WalloniŽ
:
Zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

Veel gekweekt in tuinen als een bodembedekkende plant. Toegepast in rotstuinen en borders.

Vermeerdering

De plant kan worden vermeerderd via de wortelstokken (scheuren in herfst of lente), maar ook d.m.v. zaad.

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL