Wilde planten in Nederland en België

Kruisbladige wolfsmelk - Euphorbia lathyris

Frysk: Kochelbeane

English: Gopher Purge

Français: Euphorbe épurge

Deutsch: Kreuzblättrige Wolfsmilch

Synoniemen: Kruisbladwolfsmelk, Kruiswolfsmelk, Euphorbia lathyrus

Familie: Euphorbiaceae (Wolfsmelkfamilie)

Naamgeving (Etymologie): De naam wolfsmelk heeft te maken met het giftige melksap dat vrijkomt als de stengels doorbreekt. Het sap heeft een bijtend en branderig (met name voor huid en ogen) effect en de 'wolf' (in de betekenis van de duivel) werd gezien als de veroorzaker.
Er zijn twee verklaringen van de wetenschappelijke naam Euphorbia.
1. Euphorbia is genoemd naar Euphorbios, de Griekse lijfarts van koning Juba de Tweede van Mauretanië. Hij gebruikte planten van het geslacht Euphorbia als geneeskruid.
2. Euphorbia komt van eu (goed) en pherboo (voeden), omdat het melksap werd gebruikt ter genezing van teringlijders.
Lathyris verwijst naar het geslacht Lathyrus.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Chamaefyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-100 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Syrio -
CC BY-SA 4.0


Syrio -
CC BY-SA 4.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


Neuchâtel Herbarium -
CC BY-SA 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De rechtopstaande, gladde, grof gebouwde stengels zijn grijsgroen tot blauwgroen.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Olybrius -
CC BY-SA 4.0


Ruestz -
CC BY-SA 3.0


AnRo0002 -
CC0

Bladeren: De blauwgroene, kruisgewijs tegenoverstaande bladeren zijn langwerpig driehoekig tot lijnvormig, niet getand, hebben geen steel en worden naar de voet (hartvormig) breder. De middennerf valt duidelijk op. De schutbladen zijn driehoekig-eirond, toegespitst en helder groen.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze staat wijd uit aan de stengeluiteinden en bestaat uit twee tot zes schermvormig bij elkaar staande bijschermen met lange assen. De gele honingklieren op de rand van de schijnbloemen hebben de vorm van een halve maan en dragen korte, stompe hoorntjes. De blauwgroene schutbladen zijn duidelijk kleiner dan de stengelbladen. Op de bovenstandige vruchtbeginsels zie je donkere strepen. Er is één stijl met drie stempels.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


N-Baudet -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0

Vruchten: Een kluisvrucht. De gladde, maar een weinig gerimpelde vruchten zijn 1,3-1,7 cm. De zaden zijn bruin of grijs en hebben een mazenpatroon. Tweezaadlobbig.


  © Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Frank Vincentz -
CC BY-SA 3.0


Bruno Galiber d'Auque - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetatie) op vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende, verstoorde grond (zand, leem en klei).

Groeiplaatsen: Moestuinen, akkers (kalkrijke akkers), ruderale plaatsen, omgewerkte grond, braakliggende grond, bermen (open plekken), stortplaatsen en langs spoorwegen (spoorbermen, vooral in volkstuinen langs het spoor).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië, Noord-Afrika en Zuid-Europa. Elders min of meer ingeburgerd.

Nederland: Vrij algemeen. Het meest in Zuid-Limburg en in stedelijke gebieden.

Vlaanderen: Vrij algemeen in geburgerd.
Wallonië
: Vrij algemeen in geburgerd.

Toepassingen

Vroeger werd ze als purgeermiddel gebruikt, maar vanwege haar giftigheid gebeurt dat nu niet meer. Ze wordt nog geregeld aangeplant omdat ze mollen en woelmuizen uit de tuin zou weren.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 11, Jan Kops en P. M. E. Gevers Deijnoot (1853)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 1, Dirk Leonard Oskamp (1796)


Cruijdeboek, deel 3, Rembert Dodoens. Wortelen, medecynale cruyden, ende quaden hinderlijcke ghewassen (1554)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


New Kreüterbuch, P.A. Mattioli (1563)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


A curious herbal, deel 1, E. Blackwell (1737)


Herbarium Blackwellianum, deel 2, E. Blackwell (1754)


Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


Illustratio systematis sexualis Linnaei, J.S. Miller (Mueller, Müller), M.B. Borckhausen, (1770-1777)


Sämmtliche Giftgewächse Deutschlands, E. Winkler (1853)


Genera plantarum florae germanicae, Dicotyledones 1, Monochlamidae, deel 1, T.F.L. Nees von Esenbeck (1835)


Plantae medicinales, deel 1, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe, A. Henry (1828-1833)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)


Flora Parisiensis, deel 2, P. Bulliard (1776-1781)


Herbier de la France, deel 3, P. Bulliard (1776-1783)


Cataputia vulgaris
Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)


Cataputia minor
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL