Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kruisbladwalstro - Cruciata laevipes

Andere namen

Frysk: Krúsblêdslyt

English: Crosswort

Français: Gaillet croisette

Deutsch: Gewöhnliches Kreuzlabkraut

Verouderde of andere namen: Galium cruciata

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Gentianales

Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)

Geslacht: Cruciata

Soort: Cruciata laevipes

Naamgeving (Etymologie): Cruciata betekent met kruisgewijs staande bladen en laevipes met gladde stengel.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: April, mei en juni en soms in augustus opnieuw.

Afmeting: 15-60 cm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  © Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Meneerke bloem  - CC BY-SA 3.0


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Een kruipende wortelstok.


  http://herbariaunited.org/


  http://herbariaunited.org/


  http://herbariaunited.org/


  http://herbariaunited.org/

Stengels: De lange, rechtopstaande of opstijgende stengels zijn sterk behaard, vierkantig, slap en boven de voet meestal niet vertakt.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De geelgroene bladeren zijn ongeveer twee keer zo lang als breed. Ze zijn eirond tot elliptisch, 1-2 cm, vrij stomp en met drie duidelijke nerven. Ze groeien in kransen van vier


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Polygaam. De bloemen vormen samen veelbloemige schijnkransen in de bladoksels. Elke schijnkrans bestaat uit twee bijschermen met op het onderste vertakkingspunt schutblaadjes. De middelste bloem van zo'n bijscherm is tweeslachtig en vormt vruchten. Bij de andere bloemen komt de stamper meestal niet tot ontwikkeling. De bloemen zijn citroengeel en worden 2-3 mm.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer - CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een splitvrucht. De hangende dopvruchtjes  zijn bolvormig, vrij zwart, kaal en kunnen al of niet rimpelig zijn. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op matig droge tot meestal vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende grond (zand, leem, zavel, klei, löss en mergel).

Groeiplaatsen: Rivierdijken, bermen, heggen, struwelen, hakhout, bosranden (voedselrijke zomen), langs holle wegen, bossen (grazige plekken in loofbossen op klei), rivierduinen (rivierduinbosjes), langs spoorwegen ( spoorbermen) en waterkanten (slootkanten en ruigten langs beken).

Verspreiding

Wereld: West-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland en Groot-Brittannië.


gbif.org

Nederland: Plaatselijk vrij algemeen in het rivierengebied, vrij zeldzaam in Zuid-Limburg en zeer zeldzaam in laagveengebieden, in de Hollandse duinen en in het oosten en midden van het land.
Rode lijst 2012. Kwetsbaar. Trend sinds 1950: sterk afgenomen. Vrij zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen in de Maasvallei en de Leemstreek. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Achteruitgaand.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.

Wallonië: Algemeen, maar zeldzaam in de Ardennen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Flora Batava, deel 5, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1828)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm

© 2001-2018 K.M. Dijkstra