Wilde planten in Nederland en België

Kruldistel - Carduus crispus

Frysk: Krolstikel

English: Welted Thistle

Français: Chardon crépu

Deutsch: Krause Distel

Synoniemen:

Familie: Asteraceae (Composietenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Carduus komt uit het Latijn en betekent Wilde distel of Artisjok. Crispus betekent gekroesd.

Kruising: De bastaard van Kruldistel en Knikkende distel (Carduus x stangii) staat in kenmerken tussen beide oudersoorten in en groeit op plekken waar ze samen voorkomen.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Tweejarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Mei t/m september.

Afmeting: 30-130 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Alice Chodura - cc by-sa 3.0


Alice Chodura - cc by-sa 3.0

Wortels


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0


Neuchâtel Herbarium - cc by-sa 3.0

Stengels: De rechtopstaande stengels zijn meestal vertakt (vaak alleen bovenin). De gekroesde vleugels van de stengels hebben meestal tot 5  mm lange, maar vrij slappe stekels.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Alice Chodura - cc by-sa 3.0

Bladeren: De bladen groeien eerst in een rozet. Ze zijn langwerpig of elliptisch veerspletig of getand. Van onderen zijn ze iets tot dicht spinnenwebachtig behaard, maar van boven nauwelijks. De toppen van de bladslippen met tot 5 mm lange stekels. De stekels zijn vrij zacht. De verspreidstaande, langwerpige en veerdelige stengelbladen zijn gekroesd. Ze lopen met smalle vleugels langs de bladsteel door en gaan dan over in de stengel.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Alice Chodura - cc by-sa 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemhoofdjessteel heeft een gestekelde vleugel tot aan de bloeiwijze. De rechtopstaande, ongeveer eivormige tot bijna bolronde (ze zijn meer lang dan breed) bloemhoofdjes zitten in kluwens met twee tot vijf (zittend) bij elkaar aan het eind van de takken. Ze zijn 1-3 cm groot en roodpaars of heel soms wit van kleur. De groene omwindselbladen zijn aan de top licht gebogen, maar niet S-vormig. De middennerf van de middelste omwindselbladen is onopvallend in het onderste deel. Het vruchtbeginsel is onderstandig met één stijl en twee stempels. De vijf meeldraden zijn vergoeid met elkaar.


kuleuven-kulak.be/bioweb


kuleuven-kulak.be/bioweb


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk - cc by-nc-sa-2.0 uk


Bff - cc by-sa 4.0

Vruchten en zaden: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Tweezaadlobbig.


Alice Chodura - cc by-sa 3.0


Khamul - cc by-sa 3.0


Marie Portas - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


©2006 Digital Plant Atlas - cc by-nc-sa 3.0 nl

Biotoop

Bodem: Zonnige tot soms licht beschaduwde, open plaatsen op matig droge tot vochtige, voedselrijke, humushoudende en vaak kalkhoudende, omgewerkte grond (van zand tot klei, niet op veen).

Groeiplaatsen: Bermen, grasland (ruig grasland langs rivieren en kanalen), rivierdijken, langs spoorwegen (spoorbermen), ruigten (humeuze ruigten), bossen (lichte plekken, o.a. in oeverwalbossen langs rivieren en grote beken), bosranden, struwelen, haventerreinen, industrieterreinen, afgravingen (zandgroeven en kleigroeven), stortterreinen, geluidswallen, ruderale plaatsen, plantsoenen en ingedijkte kwelders.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit gematigde streken in Azië en Europa.

Nederland: Inheems. Algemeen.

Vlaanderen: Inheems. Algemeen.

Wallonië: Inheems. Vrij algemeen.

2001-2022 K.M. Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl