Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kuifvleugeltjesbloem - Polygala comosa

Frysk:

English: Tufted Milkwort

FranÁais: Polygale chevelu

Deutsch: Schopfige Kreuzblume

Synoniemen:

Familie: Polygalaceae (Vleugeltjesbloemfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Polygala komt van het Griekse polus (veel) en gala (melk). Men dacht vroeger dat vleugeltjesbloem het melkgevend vermogen van het vee zou vermeerderen. Comosa betekent gekuifd.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni en juli.

Afmeting: 5-30 cm.


Bernd Haynold -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0


Genevieve Botti - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Thierry Pernot - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Stengels: De stengels staan rechtop of zijn opstijgend.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Liuthalas -
CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De 1-2,5 cm lange bladeren zijn eirond-langwerpig. Ze zijn boven het midden het breedst. De onderste vallen al vroeg af. De bovenste bladeren zijn smaller. De schutbladen zijn lijnvormig, 2-5 mm en veel groter dan die van Gewone en Liggende vleugeltjesbloem. Ze steken als een kuif boven de bloemknoppen uit.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Biodehio -
CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiant - CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is wat dichter dan bij de andere soorten vleugeltjesbloem. Het zijn dichte, iets kegelvormige trossen met vijftien tot vijftig bloemen. Gewoonlijk zijn de bloemen paarsroze, maar soms zijn ze lichtroze tot wit. Ze zijn 4-6 mm. kiel is even lang als de vleugels. De zijnerven. van de vleugels zijn vaak onduidelijk met elkaar verbonden.


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


Gertjan van Mill - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht. De vruchten, met ťťn behaard zaadje per hok, zijn korter dan de niet afvallende vleugels. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, warme, vaak iets open plaatsen op droge tot matig vochtige, voedselarme, kalkrijke, meestal stenige grond (mergel en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Grasland (grazige, op het zuiden gerichte kalkhellingen en kalkgrasland) en niet meer gebruikte akkers.

Verspreiding

Wereld: Midden-AziŽ en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland.

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg.

Vlaanderen: Verdwenen. Voor het laatst gevonden in 1974.
WalloniŽ:
Zeldzaam, Het meest nog  in Lotharingen en het Maasgebied.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora regni borussici, deel 4, A.G. Dietrich (1836)


Flora des KŲnigreichs Hannover, deel 1, G.F.W. Meyer, W. Eberlein (1842)


Iconographia botanica seu plantae criticae, H.G.L. Reichenbach (1823-1832)


Svensk botanik, deel 10, J.W. Palmstruch e.a. (1807-1838)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL