Wilde planten in Nederland en België

 Nederlandse namen   Wetenschappelijke namen 

Kustmelde - Atriplex glabriuscula

Frysk: Seemelt

English: Scotland Orache

Français: Arroche glabriuscule

Deutsch: Kahle Melde

Synoniemen: Atriplex babingtonii

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Atriplex komt van het Griekse a (niet) en trephein (voedend), dus planten, die niet geschikt zijn als voedsel. Glabriuscula betekent bijna kaal.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus en september.

Afmeting: 30-60 cm.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Wortels


  herbariaunited.org


  herbariaunited.org


  herbariaunited.org


  herbariaunited.org

Stengels: De vaak liggende stengels zijn meestal roodachtig.


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Olivier Pichard -
CC BY-SA 3.0

Bladeren: De pijlvormige of eirond-driehoekige bladeren zijn getand en met kleine, uitstaande slippen aan de voet. Ze zijn iets melig bestoven.


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


Gabriele Kothe-Heinrich -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloemen zijn groenig. De steelblaadjes om de vrouwelijke bloemen zijn onderaan voor ongeveer de helft vergroeid. Ze zijn min of meer getand en geknobbeld.


© Biopix: JC Schou


Hugues TINGUY - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. Het rijpe beursje is opgezwollen en soms aan de voet verhard. Het worteltje van het zaad wijst recht omhoog, de top ervan komt tot halverwege de hoogte van het zaad. Tweezaadlobbig.

Opmerking: De soort lijkt sterk op Spiesmelde en is pas met zekerheid te determineren als er rijpe vruchten zijn.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige, brakke, voedselrijke grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Zeedijken (tussen stenen), zeeduinen, tussen rijshoutbundels, grindstranden en luwe plekken op vloedmerk.

Verspreiding

Wereld: Langs de kust van Noordwest- en Noord-Europa en oostelijk Noord-Amerika. Vooral veel aan de Britse kust.

Nederland: Zeldzaam langs de kust, met name in het Wadden- en Deltagebied. Het meest langs de afsluitdijk.

Vlaanderen: Zeldzaam langs de kust.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)


© 2001-2020 K.M. Dijkstra