Wilde planten in Nederland en België

Kweek - Elymus repens

Frysk: Fiter

English: Quackgrass

Français: Chiendent officinal

Deutsch: Gewöhnliche Quecke

Synoniemen: Agropyron repens, Agropyrum maritimum, Elytrigia repens

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Elymus komt van het Griekse eluo (ik omwikkel), hetgeen er op slaat, dat de korrels door de kafjes zijn omgeven. Elytrigia komt van het Griekse elyo (ik bedek), naar de groeikracht, of van een combinatie van Elymus en triticum. Repens betekent kruipend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt of hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 30-120 cm.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Cime -
CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Witte, vertakkende en taaie wortelstokken met lange ondergrondse uitlopers. Elk afgebroken stukje wortelstok kan weer uittgroeien tot een nieuwe plant.


Juta.lopp -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels staan rechtop, maar kunnen ook op de grond liggen. Soms zijn ze roodachtig.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bladeren: De blauwgroene bladen kunnen al of niet behaard zijn. Ze worden 3 tot 8 mm breed en staan meestal vlak uitgespreid. De zwakke ribben zijn van boven afgerond. De bladeren zijn een halve slag gedraaid. De bladrand is niet niet ruw. De bladscheden kunnen kaal tot dicht behaard zijn, maar niet uitsluitend lang gewimperd. Het vliezige tongetje is hoogstens 1 mm lang. De spitse oortjes aan de top kruisen elkaar.


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Rasbak -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Bloemen: Tweeslachtig. De stijve, rechtopstaande, niet vertakte  aar is meestal vrij dicht, maar soms los en hangt dan over. De aartjes hebben twee kelkkafjes met drie tot zeven nerven. Het onderste kroonkafje (lemma) is langer dan 6 mm en eindigt spits of is versmald in een korte naald. De andere kunnen tot 1 cm lange kafnaalden hebben. Er zijn drie meeldraden. De helmknoppen zijn 3-6 mm. Het bovenstandig vruchtbeginsel (met een stijl en twee stempels) is behaard aan de top. Er is geen aartjessteel.


© Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl


© Valentine Kalwij - verspreidingsatlas.nl


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Eenzaadlobbig.


Javier Martin -
CC BY-SA 3.0


Steve Hurst - USDA-NRCS PLANTS Database


Bertrand Bui - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige tot half beschaduwde, open tot grazige plaatsen op droge tot natte, voedselrijke, omgewerkte grond. Ook op iets zilte bodem (allerlei grondsoorten).

Groeiplaatsen: Akkers, bossen (open plekken in loofbossen), bosranden, heggen, struwelen, rivierduinen, dijken, waterkanten, bermen, grasland (weiland, hooiland en uiterwaarden), ruderale plaatsen, ruigten (voedselrijke ruigten), braakliggende grond, stortterreinen, puinhopen, boomgaarden, zandige bovenranden van kwelders, zeeduinen, strandvlakten (vaak in vogelkolonies), ruigten en zeedijken.

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koelere streken in Europa, Azië en Noordwest-Afrika. Ingevoerd in Australië en in gematigde delen van Noord- en Zuid-Amerika.

Nederland: Zeer algemeen.

Vlaanderen: Zeer algemeen.

Wallonië: Zeer algemeen.

Wetenswaardigheden

Van de geraspte wortelstok wordt thee gezet, die als middel tegen huidaandoeningen, reumatiek en stoornissen in de stofwisseling gedronken wordt. Kweek is een zeer lastig onkruid, maar in artsenijtuinen werd vaak, om voorgaande redenen, een plekje voor haar gereserveerd!

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 7, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1836)


Flora Batava, deel 8, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1844)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen, deel 6, Johann Carl Krauss (1801)


Botanische wandplaten


Medizinal Pflanzen, deel 2, F.E. Köhler, W. Müller (1890)


Die officinellen Pflanzen der Pharmacopoea Germanica, F.G. Kohl (1891-1895)


Icones plantarum medico-oeconomico-technologicarum, deel 1, F.B. Vietz (1800)


Atlas der officinellen Pflanzen, deel 4, O.C. Berg, C.F. Schmidt (1899-1902)


Svensk botanik, deel 1, J.W. Palmstruch e.a. (1803)


A
Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Parisiensis, deel 3, P. Bulliard (1776-1781)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Gramen Canarinum
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)


Stirpium historiae pemptades sex, sive libri XXX, R. Dodonaeus [Dodoens] (1583)


2
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Unkrauttaflen - Weed plates - Planches des mauvaises herbes - Ugressplansjer, E. Korsmo (1934-1938)


Kräuterbuch, Unsere Heilpflanzen in Wort und Bild, Friedrich Losch (1905)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 3 (1790)


Plantae medicinales, deel 2, Nees von Esenbeck, M.F. Wijhe, A. Henry (1828-1833)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Herbarium Blackwellianum, deel 6, E. Blackwell (1773)


Flore médicale, deel 3, F.P. Chaumeton (1830)


Plantae per Galliam, Hispaniam et Italiam observatae, J. Barrellier (1714)

© 2001-2020 K.M. Dijkstra