Wilde planten in Nederland en België

Kwelderzegge - Carex extensa

Frysk: Waadsigge

English: Long-bracted Sedge

Français: Laîche étirée

Deutsch: Strandsegge

Synoniemen:

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Extensa betekent gerekt of vergroot.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Hoofdbloei: Juni en juli.

Afmeting: (5-)30-50 cm.


valentino_traversa -
CC BY-NC 4.0


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0

Wortels: Geen wortelstokken.


herbariaunited.org


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels: Dichte pollen vormend. Wintergroen. De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn glad, taai, stomp driekantig en vaak iets gekromd. Ze dragen omstreeks het middden een blad.


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Alexey P. Seregin -
CC BY-NC 4.0

Bladeren: De grijsgroene, gootvormige of samengevouwen bladen zijn versmald in een lange borstelvormige, driekantige top en zijn 2-3 mm breed. De bladscheden zijn maar zelden langer dan 1 cm. De onderste bladscheden zijn oranje- tot roodbruin en rafelen niet of nauwelijks.


majs -
CC BY-NC 4.0


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Augustin Roche - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Augustin Roche - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De schutbladen zijn langer dan de bloeiwijze en staan vaak opzij of knikken terug. De bloeiwijze is gedrongen, vaak met een zigzagsgewijs heen en weer gebogen as. De bloeiwijze heeft een mannelijke topaar die 1½-2 mm breed is en twee tot vier rechtopstaande, vrijwel zittende vrouwelijke aren die langwerpig-eirond zijn en tot 1½ cm lang en 5-6 mm breed zijn. Zelden is de onderste vrouwelijke aar veel lager geplaatst. Bloemen met drie stempels. De breed-eironde kafjes zijn 2½-3 mm, bruin met een groene kiel en met een korte stekelpunt. Het mannelijke aartje is cylindrisch en zittend of kort gesteeld. De kafjes zijn als die van de vrouwelijke aartjes maar niet duidelijk stekelpuntig, iets meer roodachtig en smal witvliezig gerand.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Hans Toetenel -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De rechtop-afstaande urntjes zijn eivormig, 3-3,5 mm lang, sterk geribd, grijsgroen of olijfgroen met donkere, rode stipjes en toegespitst in een tweetandige en meestal gladde snavel. De vruchten zijn eirond, driezijdig en bruin. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Alain Poirel - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - tela-botanica.org -
CC BY-SA 2.0 FR


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, zilte grond (slibarm zand).

Groeiplaatsen: Grasland (zilt grasland en zilte weiden), hogere delen van kwelders (schorren) en zeeduinen (strandvlakten die gedeeltelijk door de duinen tegen de zee zijn afgeschermd en alleen bij stormvloed door het zeewater worden bereikt, brakke inlagen waarin duintjes liggen en voormalige zandplaten).

Verspreiding

Wereld: Op de Azoren en aan de kust van de Middellandse Zee, de Zwarte Zee, West-Europa en langs de Oostzee. Noordelijk tot in Schotland, Zuid-Scandinavië en Estland. Plaatselijk ingeburgerd in Noord-Amerika en mogelijk ook in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika.

Nederland: Vrij algemeen langs de kust in het Waddengebied, zeldzaam langs de kust van Zeeland en Zuid-Holland en zeer zeldzaam of verdwenen langs de Friese IJsselmeerkust.

Vlaanderen: Zeldzaam in het kustgebied. Afgenomen.
Wallonië:
Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


No. 72
Beschreibung und Abbildung der theils bekannten, theils noch nicht beschriebenen Arten von Riedgräsern, C. Schkuhr (1801)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


Transactions of the Linnean Society of London, deel 2 (1815)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL