Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Kwelderzegge - Carex extensa

Andere namen

Frysk: Waadsigge

English: Long-bracted Sedge

Français: Laîche étirée

Deutsch: Strandsegge

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Poales

Familie: Cyperaceae (Cypergrassenfamilie)

Geslacht: Carex (Zegge)

Soort: Carex extensa

Naamgeving (Etymologie): Zegge stamt uit het Indogermaanse woord seq (snijden). Carex is zeer waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ceiro (ik snij), een verwijzing naar de scherpe kanten van de bladeren. Extensa betekent gerekt of vergroot.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni en juli.

Afmeting: 5-50 cm.


  © Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daniel Mathieu - CC BY-SA 2.0 FR

Wortels: Geen wortelstokken.


http://herbariaunited.org/


storage.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org - CC BY-NC 3.0


bisque.iplantcollaborative.org - CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels zijn taai, stomp driekantig en vaak iets gekromd. De onderste scheden zijn grijsbruin en verweren tot een dichte vezels. Dichte pollen vormend.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Liliane Roubaudi - CC BY-SA 2.0 FR


Florent Beck - CC BY-SA 2.0 FR


bertrant.bui - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De grijsgroene, gootvormige of samengevouwen bladen zijn versmald in een lange borstelvormige, driekantige top en zijn 2-3 mm breed. De bladscheden zijn maar zelden langer dan 1 cm.


Daniel Mathieu - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - CC BY-SA 2.0 FR


Augustin Roche - CC BY-SA 2.0 FR


Augustin Roche - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Eenslachtig. Eenhuizig. De bloeiwijze is gedrongen, vaak met een zigzagsgewijs heen en weer gebogen as. De bloeiwijze heeft een mannelijke topaar die 1½-2 mm breed is en twee tot vier rechtopstaande, vrijwel zittende vrouwelijke aren die tot 1½ cm lang en 5-6 mm breed worden. Zelden is de onderste vrouwelijke aar veel lager geplaatst. Bloemen met drie stempels. De schutbladen zijn langer dan de bloeiwijze en vaak opzij of terug knikkend. De kafjes zijn 2½-3 mm, bruin met groene kiel en hebben een korte stekelpunt.


  © Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Hans Toetenel - CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Jakob Hanenburg - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De urntjes zijn eivormig, ongeveer 3 mm lang, grijsgroen of olijfgroen met donkere, rode stipjes en toegespitst in een tweetandige en meestal gladde snavel. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar). Eenzaadlobbig.


dzn.eldoc.ub.rug.nl


dzn.eldoc.ub.rug.nl

   

Biotoop

Bodem: Zonnige plaatsen op vochtige tot natte, zilte grond (slibarm zand).

Groeiplaatsen: Grasland (zilt grasland en zilte weiden), hogere delen van kwelders (schorren) en zeeduinen (strandvlakten die gedeeltelijk door de duinen tegen de zee zijn afgeschermd en alleen bij stormvloed door het zeewater worden bereikt, brakke inlagen waarin duintjes liggen en voormalige zandplaten).

Verspreiding

Wereld: Op de Azoren en aan de kust van de Middellandse Zee, de Zwarte Zee, West-Europa en langs de Oostzee. Noordelijk tot in Schotland, Zuid-Scandinavië en Estland. Plaatselijk ingeburgerd in Noord-Amerika en mogelijk ook in Zuid-Amerika en Zuid-Afrika.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen langs de kust in het Waddengebied, zeldzaam langs de kust van Zeeland en Zuid-Holland en zeer zeldzaam langs de Friese IJsselmeerkust.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeer zeldzaam in het kustgebied.
Rode lijst. Met verdwijning bedreigd.

Wallonië: Niet in Wallonië.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Flora Batava, deel 21, Jan Kops, F.W. van Eeden en L.Vuyck (1901)


Spindel-Segge
Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra