Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Kwispelgerst - Hordeum jubatum

Frysk: Hingjende raai

English: Foxtail barley

FranÁais: Orge agrťable

Deutsch: Mšhnen-Gerste

Synoniemen:

Familie: Poaceae (Grassenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Hordeum is Oud Latijn voor Gerst. Waarschijnlijk komt Hordeum van het Griekse horreo (stijf staan, borstelig zijn), naar de ruwe kafnaalden of van het Latijnse hordus (zwaar), omdat gerstenbrood bijzonder zwaar is. Jubatum betekent van manen voorzien.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend, maar soms eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 30-60 cm.


Homer Edward Price -
CC BY 2.0


Homer Edward Price -
CC BY 2.0


SriMesh -
CC BY-SA 3.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Wortels


storage.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0


images.cyberfloralouisiana.com -
CC BY-NC 3.0


s.idigbio.org -
CC BY-NC 3.0

Stengels


R.F. Stolwijk - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Jerzy Opiola -
GFDL


Stťphane Burvenique - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De bladvoet is niet of nauwelijks geoord. De bovenste bladscheden zijn opgeblazen.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Magnus Manske -
CC BY-SA 3.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is knikkend. Alle kelkkafjes zijn naaldvormig en 0,2-1 cm lang, evenals de naald van het middelste aartje. Bij verdroging buigen in het onderste en middelste deel van de aar de naalden aan de voet om, zodat ze bijna horizontaal uitstaan.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0

Vruchten: Een graanvrucht. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf  jaar). Eenzaadlobbig.


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Matt Lavin -
CC BY-SA 2.0


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pioniervegetaties) op droog tot vochtig, matig voedselrijk, vaak kalkrijk, zoete tot brak zand.

Groeiplaatsen: Zeeduinen (ontziltende zandvlakten), hoge kwelders, zeedijken, opgespoten grond (met name bij haventerreinen), langs spoorwegen (met name spoorbermen in het kustgebied) en mijnterrils.

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Oost-AziŽ en Noord-Amerika (bij de kust en langs binnenlandse zoutmeren). Ingeburgerd in o.a. Noord- en Midden-Europa.

Nederland: Zeldzaam. Ingeburgerd tussen 1900 en 1924.

Vlaanderen: Zeldzaam ingeburgerd. Bij Antwerpen al sinds ongeveer 1945.
WalloniŽ:
Zeer zeldzaam ingeburgerd.

Toepassingen

Kwispelgerst is in cultuur als siergras voor droogboeketten.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Farm weeds of Canada, G.H. Clark, J. Fletcher, N. Criddle (1906)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL