Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Lancetbladige basterdwederik - Epilobium lanceolatum

Andere namen

Frysk:

English: Spear-leaved willowherb

Français: Epilobe lancéolé

Deutsch: Lanzettblättriges Weidenröschen

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Myrtales

Familie: Onagraceae (Teunisbloemfamilie)

Geslacht: Epilobium (Basterdwederik)

Soort: Epilobium lanceolatum

Naamgeving (Etymologie): De naam basterdwederik dankt de plant aan het feit dat de bladen lijken op die van de wederik. Epilobium is van oorsprong een Oud-Griekse naam: epi betekent op, lobos hauw of peul en ion is een viool. De zaaddoos lijkt op een hauw en de bloem lijkt op Viola matronalis (Hesperis matronalis - Damastbloem), maar verschilt daarvan doordat de bloem op het vruchtbeginsel (zaaddoos) is geplaatst. Lanceolatum betekent lancetvormig.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt of chamaefyt.

Bloeimaanden: Juli en augustus.

Afmeting: 10 tot 60 cm.


Camila Leandro - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Jacques Houdré - CC BY-SA 2.0 FR


Vincent Jouhet - CC BY-SA 2.0 FR


Giorgio Faggi - luirig.altervista.org

Wortels: Een wortelstok.


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/


http://herbariaunited.org/

Stengels: De ronde stengels zijn grijsgroen en vaak sterk rood aangelopen. Verder zijn ze weinig behaard en hebben geen lijsten.


Marc Chouillou - CC BY-SA 2.0 FR


Marc Chouillou - CC BY-SA 2.0 FR


Camila Leandro - CC BY-SA 2.0 FR


Jean-Jacques Houdré - CC BY-SA 2.0 FR

Bladeren: De plant overwintert met bladrozetten. De onderste bladeren staan vaak kruisgewijs tegenover  elkaar. De andere bladeren staan verspreid. Ze zijn langwerpig  en aan de rand verwijderd getand, maar aan de voet zitten geen tandjes. Ze zijn wigvormig versmald in een korte bladsteel van ongeveer een ½ cm lengte.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Michael Becker - CC BY-SA 3.0


Mathieu Menand - CC BY-SA 2.0 FR

Bloemen: Tweeslachtig. De bloemen vormen een ijle tros. De kroonbladen zijn vrij klein, 5 tot 8½ mm lang. Eerst zijn ze wit, later worden ze rozerood. De stempel heeft vier ondiep gespleten lobben.


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


© Theo Muusse - verspreidingsatlas.nl


Marc Chouillou - CC BY-SA 2.0 FR


Justine Plessis - CC BY-SA 2.0 FR

Vruchten: Een doosvrucht. Tweezaadlobbig.


http://herbario.ipe.csic.es/


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

 

Biotoop

Bodem: Zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige tot vaak droge, voedselrijke, zwak zure grond (stenige plaatsen en löss).

Groeiplaatsen: Bossen (lichte loofbossen), kapvlakten, beschaduwde bermen, langs holle wegen, omgewerkte grond, akkers, tuinen, muren, op leisteen van dalwanden langs rivieren, mijnsteenbergen, puin, langs spoorwegen (spoorbermen), kwekerijen en steenhellingen.

Verspreiding

Wereld: In Zuidwest-Azië, Noordwest-Afrika en Zuidwest-Europa. Zeer zeldzaam verder oostelijk in Midden-Europa en in het Middellandse-Zeegebied. Noordelijk tot in Nederland en Zuidwest Engeland.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam in Zuid-Limburg. Vroeger ook gevonden op Urk en bij Nijmegen.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Zeldzaam in Brabant en in het Maasgebied. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Zeer zeldzaam.


Wallonië Vrij zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen. Elders zeer zeldzaam.
Rode lijst. Bedreigd.

© 2001-2018 K.M. Dijkstra