Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Langarige zeekraal - Salicornia procumbens subsp. procumbens

Frysk: LangierkwelderkrŻd

English: Saltwort

FranÁais: Salicorne couchťe

Deutsch: Sandwatt-Queller

Synoniemen: Salicornia stricta, Salicornia dolichostachya

Familie: Amaranthaceae (Amarantenfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Salicornia komt van het Latijnse sal (zout) en cornu (hoorn), een zoutplant met hoornachtige takken. Procumbens betekent neerliggend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Eenjarig.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Therofyt.

Bloeimaanden: Juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 2-40 cm.


Bas Kers -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Bas Kers -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Bas Kers -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Bas Kers -
CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels


herbariaunited.org


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0


europeana.eu - CC0

Stengels: De rechtopstaande of opstijgende stengels zijn kandelaarachtig vertakt, maar meestal minder sterk vertakt dan Kortarige zeekraal. De zijstengels buigen meestal omhoog en groeien dan vrijwel evenwijdig aan de hoofdstengel. Bloeiende takken worden 5 tot 12 cm lang en lopen taps toe.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Jan van der Straaten - freenatureimages.eu

Bladeren: De vlezige bladeren staan tegenover elkaar. Ze zijn paarsgewijs met elkaar en met de stengel vergroeid. De dofgroene kleur verandert in de nazomer naar oranjegeel of wordt bruinachtig.


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Hugues Tinguy - tela-botanica.org - CC BY-SA 2.0 FR


Rutger Barendse - freenatureimages.eu


Peter Meininger - freenatureimages.eu

Bloemen: Tweeslachtig. Een eindstandige aar, die tot 10 cm lang wordt. De bloemen groeien met drie bijeen. Ze hebben ongeveer even grote dekseltjes. De rand vertoont aan de top een knik. De helmknoppen zijn groter dan die van Kortarige zeekraal.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Bas Kers  -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een eenzadige dopvrucht of nootje. De helmhokjes zijn 0,6-0,9 mm. De dekseltjes vallen niet gemakkelijk af. De zaden komen vaak pas vrij in het voorjaar bij het vergaan van de plant. Ze zijn niet sterk behaard en 1-1,7 mm groot. Tweezaadlobbig.


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen op natte, voedselrijke, zilte grond (zand en klei).

Groeiplaatsen: Slikkige kwelders of schorren (voornamelijk beneden de gemiddelde hoogwaterlijn en langs kreken), afgegravingen (zilte terreinen) en binnendijks op plaatsen met zoute kwel.

Verspreiding

Wereld: De verspreiding is onvoldoende bekend, maar vermoedelijk komt de soort voor in alle werelddelen.

Nederland: Algemeen langs de Zeeuwse kust en in het Waddengebied.

Vlaanderen: Plaatselijk vrij algemeen in het kustgebied.
WalloniŽ
Niet in WalloniŽ.

Toepassingen

Jonge planten worden plaatselijk als groente gegeten. Ze moeten 24 uur in leidingwater staan zodat het zout eruit trekt.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 8, J.E. Sowerby (1868)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL