Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Lansvaren - Polystichum lonchitis

Andere namen

Frysk:

English: Northern Holly Fern

FranÁais: Polystic faux-lonchitis

Deutsch: Lanzenfarn

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Dryopteridaceae (Niervarenfamilie)

Geslacht: Polystichum (Naaldvaren)

Soort: Polystichum lonchitis

Naamgeving (Etymologie): Polystichum komt van het Griekse polus (veel) en stichos (reeks), hetgeen slaat op de vele rijen vruchthoopjes op de bladen en lonchitis is afkomstig van het Griekse lonchŤ (lans).

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Rijpe sporen: Juni, juli en augustus.

Afmeting: 20 tot 50 cm.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Meneerke bloem - CC BY-SA 3.0


Michael Becker - CC BY-SA 3.0


MurielBendel - CC BY-SA 4.0

Wortels: De opstijgende wortelstok is dicht begroeid met tot 1 cm lange eironde schubben en kleinere smallere bruine schubben, die omringd worden door de resten van afgestorven bladeren.


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0


web.corral.tacc.utexas.edu - CC0-1.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0


hasbrouck.asu.edu - CC BY-NC 3.0

Stengels: De stengels zijn kort, krachtig en worden niet meer dan 1/6 keer zo lang als de bladschijf. Ze zijn begroeid met (evenals de bladspil) veel langwerpige tot lijnvormige schubben.


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


OhWeh - CC BY-SA 2.5


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0


Andrea Moro - CC BY-SA 4.0

Bladeren: De wintergroene bladeren zijn donkergroen, smal langwerpig, enkel geveerd en 15-50 cm lang. Ze groeien in een vlakke, open bundel en hebben aan beide kanten van de bladspil twintig tot dertig blaadjes. Deze zijn stijf, leerachtig, zitten dicht bij elkaar aan een korte steel of ze zijn zittend, naar de top toe zijn ze iets gekromd. Ze hebben een brede voet en zijn scheef wigvormig tot hartvormig. De onderste bladparen zijn driehoekig, de hogere paren worden geleidelijk langer (tot 4 cm) en smaller. De nerven  zijn veervormig en bereiken bijna de rand.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Piet Bremer  - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Piet Bremer  - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Piet Bremer  - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Sporen. De sporenhoopjes vind je aan beide kanten van de middennerf en soms ook enkele aan de voet.


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0


Walter Siegmund - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke en kalkrijke grond (zand en stenige plaatsen).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen), waterkanten (langs beschaduwde greppels), steenhellingen en rotsen in bossen. Voornamelijk een gebergteplant.

Verspreiding

Wereld: Voornamelijk in gebergten in gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Zeer zeldzaam, o.a.  in Flevoland.
Rode lijst 2012. Gevoelig. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Zeer zeldzaam. Ingeburgerd tussen 1975 en 1999.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Niet in Vlaanderen.

WalloniŽ: Zeer zeldzaam in het Maasgebied en in de Ardennen.
Rode lijst. Ernstig bedreigd. Beschermd.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra