Wilde planten in Nederland en België

Lenteklokje - Leucojum vernum

Frysk: Maarteblomke

English: Spring Snowflake

Français: Nivéole de printemps

Deutsch: Märzenbecher

Synoniemen:

Familie: Amaryllidaceae (Narcisfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Leucojum is afgeleid van het Griekse leucos (wit) en ion (viool), dus een witte viool. Vernum betekent van de lente.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Geofyt.

Bloeimaanden: Februari, maart en april.

Afmeting: 10 tot 30 cm.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Toon Verrijdt -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


Unterillertaler -
CC BY-SA 3.0

Wortels: Een bolronde, tot meer dan 2 cm dikke boll, die door lichtgrijze vliezen is omgeven.


http://www.srgc.org.uk/bulblog/log2007/130607/log.html


http://www.srgc.org.uk/bulblog/log2007/130607/log.html


http://www.srgc.org.uk/bulblog/log2007/130607/log.html


bisque.iplantcollaborative.org -
CC0-1.0

Stengels: De rechtopstaande, onbehaarde bloeistengel heeft twee smalle vleugels (tweekantig) en is langer dan de bladeren. Meestal draagt de stengel maar één bloem (zelden twee).


Dietrich Krieger -
CC BY-SA 3.0


Böhringer Friedrich -
CC BY-SA 3.0 at


Böhringer Friedrich -
CC BY-SA 3.0 at


Böhringer Friedrich -
CC BY-SA 3.0 at

Bladeren: De drie of vier rechtopstaande, bandvormige, stompe en lichtgroene bladeren zijn 0,5-1,5 cm breed. Tijdens de bloei zijn ze meestal nog maar voor een deel ontwikkeld.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


Böhringer Friedrich -
CC BY-SA 3.0 at


Emoke Dénes -
CC BY-SA 2.5


Ronwain -
CC BY-SA 3.0

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeistengel draagt meestal maar één hangende, zwak geurende bloem, zelden zijn het er twee (Zomerklokje heeft meestal meer dan twee bloemen per stengel). De bloemschede is eenkleppig, lancetvormig, breedvliezig en even lang is als de bloemsteel. De zes bloemdekbladen zijn breed-langwerpig, wit en hebben vlak onder de top een groengele vlek. Ze zijn allemaal even groot. De bloemen zijn klokvormig en 1½-2½ cm lang. Er zijn zes meeldraden en een onderstandig vruchtbeginsel met een sterk knotsvormig verdikte stijl en drie stempels. De meeldraden zijn half zo lang als de bloemdekbladen en hebben helmdraden die korter zijn dan de oranje helmknopjes.


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Hans Adema - verspreidingsatlas.nl


© Peter Meininger - verspreidingsatlas.nl

Vruchten: Een peervormige, veelzadige, groene, tot meer dan 1 cm dikke doosvrucht. De bleekbruine zaden zijn eivormig en minder dan een ½ mm lang. Ze hebben een vliezige huid en een wit, snavelvormig aanhangsel (mierenbroodje). Eenzaadlobbig.


Franco Giordana -
CC BY-NC-ND 4.0


Franco Giordana -
CC BY-NC-ND 4.0


Walter Wimmer -
CC BY-NC 4.0


Digitale zadenatlas

Biotoop

Bodem: Licht beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselrijke, neutrale tot kalkrijke, humeuze grond met een milde humus (lemig tot kleiig).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, hellingbossen en bergbossen, voornamelijk aan de voet van hellingen), hakhout, heggen en bij buitenplaatsen.

Verspreiding

Wereld: Berggebieden in Midden-Europa en aangrenzende delen van Zuid-, West- en Noord-Europa.

Nederland: Waarschijnlijk vroeger inheems op de Tankenberg bij Oldenzaal in Twente. Daar voor het laatst gevonden in 1916. Tegenwoordig vrij zeldzaam ingeburgerd als stinsenplant.

Vlaanderen: Zeer zeldzaam. Waarschijnlijk niet oorspronkelijk inheems.
Wallonië
Zeer zeldzaam.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Cruijdeboek, deel 2, Rembert Dodoens. Bloemen, welrieckende cruyden, saden, ende dyer ghelijcken (1554)


Deutschlands flora, deel 3, J. Sturm, J.W. Sturm (1801-1802)


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Plantarum indigenarum et exoticarum Icones ad vivum coloratae, deel 7 (1793)


Flora regni borussici, deel 9, A.G. Dietrich (1841)


New Kreüterbuch, L. Fuchs (1543)


Atlas des plantes de France, deel 3, Amédée Masclef (1893)


Leucojum bulbosum minus - Leucojum bulbosum (4 x)
Hortus Eystettensis, deel 1, Bessler, Basilius (1620) - Hortus Eystettensis, deel 3, Bessler, Basilius (1620)


Botanischer Bilderatlas nach De Candolle's Natürlichem Pflanzensystem, Carl Hoffmann (1884)


Botanischer Bilderatlas nach dem natürlichem Pflanzensystem, K. Hoffmann, E. Dennert (1911)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 9, J.E. Sowerby (1869)


Curtis's Botanical Magazine, deel 2 (1788)
Curtis's Botanical Magazine, deel 45 (1818)


Leuconarcisso-lirion paucioribus floribus
Plantarum seu stirpium icones, deel 1, M. de Lobel (1581)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL