Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Lidrus - Equisetum palustre

Andere namen

Frysk: Lidrusk

English: Marsh horsetail

FranÁais: PrÍle des marais

Deutsch: Sumpf-Schachtelhalm

Verouderde of andere namen:

Classificatie

Klasse: Pteropsida

Orde: Filicales

Familie: Equisetaceae (Paardenstaartenfamilie)

Geslacht: Equisetum (Paardenstaart)

Soort: Equisetum palustre

Naamgeving (Etymologie): Equisetum komt van het Latijnse equus (paard) en setum (borstel of haren), omdat veel soorten op een paardenstaart lijken. Palustre betekent het moeras bewonend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Sporenplant.

Winterknoppen: Geofyt.

Rijpe sporen: Mei, juni en juli, soms ook in augustus en september.

Afmeting: 20 tot 60 cm.


UuMUfQ - CC BY-SA 3.0


© Grada Menting  - verspreidingsatlas.nl


Kenraiz - CC BY-SA 3.0


Luc Viatour - CC BY-SA 3.0

Wortels: De lange, kruipende en kale wortelstok is zwart of paarsbruin, vaak enigszins glanzend en met meestal in snoeren gerangschikte knollen.


  Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


  Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


  Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0


  Neuch‚tel Herbarium - CC BY-SA 3.0

Stengels: De rechtopstaande, groene, glanzende, slanke en holle stengels zijn meestal vertakt. Ze zijn kantig door een klein aantal ribben. Ze hebben een nauw middenkanaal (minder dan de helft van de doorsnede). Met kransen  van meestal zes of zeven omhoog gekromde, niet vertakte zijtakken, die heel zwak geribd zijn. In de groeven tussen de ribben zie je lange rijen hele kleine witte puntjes (hierdoor "ademt" de plant). Het eerste lid van de zijtakken is korter dan de daarbij horende stengelschede. Vruchtbare en niet vruchtbare stengels lijken veel op elkaar en verschijnen vrijwel op dezelfde tijd.


  © Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Petr Filippov - CC BY-SA 3.0


Petr Filippov - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0

Bladeren: Bladkransen met groene, aan de top zwarte, naar binnen buigende tanden. De tanden van de scheden zijn breed en vliezig.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


Kenraiz - GFDL


Kristian Peters - CC BY-SA 3.0


AnRo0002 - CC0

Vruchten: Sporen. De 1-3 cm lange, ronde sporenaar, bovenaan de vruchtbare stengel, is eerst zwart, maar wordt later bruin. De aar heeft een stompe top en een korte, slanke steel. De aar groeit in de bovenste bladkrans. Een enkele keer komen ook aan zijtakken sporenaren voor.


© Adrie van Heerden - verspreidingsatlas.nl


© Hans Adema  - verspreidingsatlas.nl


Petr Filippov - CC BY-SA 3.0


Petr Filippov - CC BY-SA 3.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, gesloten of vaak vrij open plaatsen (pionier) op vochtige tot natte, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke en meestal verstoorde grond. Vaak op plekken met een sterk wisselende grondwaterstand.

Groeiplaatsen: Grasland, langs spoorwegen (spoordijken), waterkanten (sloten en greppels), bermen en moerassen (veenmoeras).

Verspreiding

Wereld: Gematigde en koude streken op het noordelijk halfrond.


gbif.org

Nederland: Algemeen.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Algemeen.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


WalloniŽ Algemeen, maar zeldzamer in de Ardennen.

Wetenswaardigheden

Giftig, vooral voor koeien, ook in gedroogde toestand (hooi). Als het om grote hoeveelheden gaat is de plant zelfs dodelijk.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Flora Batava, deel 6, Jan Kops en Herman Christiaan van Hall (1832)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra