Wilde planten in Nederland en België

Nederlandse namen

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

R

S

T

U

V

W

Z

Lievevrouwebedstro - Galium odoratum

Andere namen

Frysk: Frouwebêdstrie

English: Sweetscented bedstraw

Français: Aspérule odorante

Deutsch: Waldmeister

Verouderde of andere namen: Asperula odorata, Galium matrisilva

Classificatie

Klasse: Spermatopsida

Orde: Gentianales

Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)

Geslacht: Galium (Walstro)

Soort: Galium odoratum

Naamgeving (Etymologie): De plant is gewijd aan Maria en de naam bedstro is ontstaan omdat het als strooikruid in de slaapkamers werd gebruikt en dat het bij ziekte boven het bed werd opgehangen. Galium komt van het Griekse gala (melk). Vroeger werden deze planten gebruikt om melk te stremmen (kaasbereiding). Odoratum betekent zeer welriekend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei en juni.

Afmeting: 15 tot 30 cm.


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Wortels: Ondiep wortelend.


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Stengels: De gladde stengels zijn vrijwel kaal. Ze staan rechtop, zijn vierkantig en hebben aan elke knoop een ring haren. Lievevrouwebedstro vormt zoden.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bladeren: De bladen zijn meestal wintergroen. Ze zijn langwerpig  en staan onder aan de stengel in kransen van zes en hogerop in kransen van acht. Aan de onderkant aan de rand en op de middennerff zitten stekelhaartjes, die wijzen naar de bladtop. De bladeren geuren als ze verwelken.


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Bloemen: Tweeslachtig. De bloeiwijze is losbloemig en schermachtig. De bloemen zijn wit, 4-7 mm groot en vierspletig. Ze  zijn trechtervormig, tot de helft gespleten en  verspreiden een duidelijke geur.


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL


  Klaas Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL

Vruchten: Een splitvrucht. De dopvruchten  zijn 2-3 mm, met haakvormige, aan de top zwartgekleurde haren. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig.


kuleuven-kulak.be


Giorgio Faggi - CC BY-NC-ND 4.0


dzn.eldoc.ub.rug.nl

 

Biotoop

Bodem: Beschaduwde plaatsen op vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkrijke, humeuze grond met een goed verterende humuslaag (leem, löss en mergel).

Groeiplaatsen: Bossen (loofbossen, met name beukenbossen, hellingbossen en landgoedbossen) en struwelen.

Verspreiding

Wereld: In Europa, van Midden-Scandinavië tot Noord-Spanje en de Balkan. Oostelijk tot in de Oeral. Ook op een paar verspreide plaatsen in Noord-Afrika (Atlasgebergte) en Klein-Azië.


gbif.org

Nederland: Vrij algemeen in Zuid-Limburg en vrij zeldzaam in Twente en in de Achterhoek. Elders alleen verwilderd.
Rode lijst 2012. Thans niet bedreigd. Trend sinds 1950: stabiel of toegenomen. Algemeen. Oorspronkelijk inheems.


verspreidingsatlas.nl

Vlaanderen: Vrij zeldzaam. Het meest in de Voerstreek en in de Leemstreek.
Rode lijst. Thans niet bedreigd.


Wallonië Vrij algemeen in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen), vrij zeldzaam in het Maasgebied en de Ardennen en zeldzaam in Brabant.

Toepassingen

Behalve als sierplant en bodembedekker wordt de plant ook gebruikt voor het aromatiseren van meiwijn. Lievevrouwebedstro werd vroeger gebruikt op de feestdag van Sint-Barnabas voor het maken van slingers, die in de kerk en het woonhuis werden opgehangen. Ook werd er de vloer mee bestrooid en in linnenkasten gelegd. Vroeger werd dit kruid opgedragen aan Freya, de Godin van de natuur en de liefde. Later werd het bedstro aan Maria gewijd en in 1543 noemde Fuchs het in zijn Neu Kreuterbuch voor het eerst Onser Vrouwe Bedstroo.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Flora Batava, deel 10, Jan Kops en Johannes Everhardus van der Trappen (1849)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Afbeeldingen der artseny-gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche beschryvingen. Deel 1 (1796)


Deutschlands Flora in Abbildungen, Jacob Sturm und Johann Georg Sturm


Flora von Deutschland, Österreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomé (1885-1905)


Bilder ur Nordens Flora, Carl Axel Magnus Lindman (1917-1926)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)

© 2001-2018 K.M. Dijkstra