Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Liggende vetmuur - Sagina procumbens

Frysk: Platte fetmier

English: Procumbent Pearlwort

FranÁais: Sagine couchťe

Deutsch: Niederliegendes Mastkraut

Synoniemen:

Familie: Caryophyllaceae (Anjerfamilie)

Naamgeving (Etymologie): Sagina betekent meststof. De planten werden meer als mest dan als voedsel gebruikt. Volgens anderen komt sagina echter van saginare (vetmesten). Mogelijk i.v.m het voeren van vee, bijv. ganzen, die werden gevoerd (vetgemest) met sagina. Procumbens betekent neerliggend.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur: Overblijvend.

Plantvorm: Kruid.

Winterknoppen: Hemikryptofyt.

Bloeimaanden: Mei, juni, juli, augustus, september en oktober.

Afmeting: 1 tot 7 cm.


© Grada Menting  - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Wortels: Met ondergrondse uitlopers.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Giuliano Mereu -
CC BY-NC-ND 4.0


© Malcolm Storey - bioimages.org.uk -
CC-BY-NC-SA-2.0 uk

Stengels: De dunne, kruipende stengels wortelen op de knopen. De plantjes vormen een soort kussentjes tussen o.a. straatstenen en stoeptegels.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb


Andrea Moro - dryades.units.it/cercapiante -
CC BY-SA 4.0

Bladeren: De tegenoverstaande, 0,5 tot 1,2 cm lange, kale, lijnvormige blaadjes hebben een kort stekelpuntje. Tevens zijn ze enigszins gootvormig. Het wortelrozet is tijdens de bloei aanwezig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


kuleuven-kulak.be/bioweb

Bloemen: Tweeslachtig. De alleenstaande, groene of witte bloemen bevatten vier meeldraden. De bloemsteel is na de bloei eerst haakvormig gekromd, maar staat later rechtop. De vier witte kroonbladenzijn zeer klein of ze ontbreken. Elk bloemetje heeft vier of een enkele keer vijf afstaande 2-4 mm lange, groene kelkbladen, zonder stekelpunt, vier meeldraden en een bovenstandig vruchtbeginsel met vier stempels.


R.F. Stolwijk -
CC BY-NC-SA 3.0 NL


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


kuleuven-kulak.be/bioweb


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0

Vruchten: Een doosvrucht met een afstaande kelk. De zaden zijn langlevend (langer dan vijf jaar). Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Density - CC BY-SA 3.0


Stefan.lefnaer -
CC BY-SA 4.0


Adelina Alice -
CC BY-NC-ND 4.0

Biotoop

Bodem: Zonnige, open plaatsen (pionier en tredplant) op matig droge tot vochtige, zwak zure, meestal steenachtige plaatsen. Ook op vochtig, open zand.

Groeiplaatsen: Tussen straatstenen, kasseien en trottoirtegels, op paden, wegkanten, waterkanten (o.a langs grachten en langs pas afgestoken greppelkanten), grasland (open plekken in grasland en weiland), akkers, muren en zeeduinen (duinvalleien en zandplaten).

Verspreiding

Wereld: Oorspronkelijk uit Europa en misschien ook inheems in het oosten van Noord-Amerika. Ingeburgerd in andere werelddelen.

Nederland: Algemeen.

Vlaanderen: Algemeen.
WalloniŽ:
Algemeen.

Oude illustraties (Klik op een afbeelding om te vergroten).


Flora Batava, deel 2, Jan Kops (1807)


Deutschlands flora, deel 8, J. Sturm, J.W. Sturm (1810-1812)


Flora von Deutschland, ÷sterreich und der Schweiz, Prof. Dr. Otto Wilhelm Thomť (1885-1905)


Flora Danica, Georg Christian Oeder e.a. (1761-1883)


British entomology, deel 4, J. Curtis (1823-1840)


Flora Londinensis, deel 3, William Curtis (1778-1781)


Icones plantarum sponte nascentium in episcopatu Monasteriensi, deel 1, F. Wernekinck (1798)


Bilder ur Nordens Flora, deel 2, Carl Axel Magnus Lindman (1922-1926)


Illustrations of the British Flora, Walter Hood Fitch (1924)


English Botany, or Coloured Figures of British Plants, deel 2, J.E. Sowerby (1864)


Journal of botany, British and foreign, deel 30, B. Seemann, R. Morgan (1892)

2001-2021 K.M. Dijkstra - CC BY-NC-SA 3.0 NL