Wilde planten in Nederland en BelgiŽ

Loos blaasjeskruid - Utricularia australis

Frysk-Fergetten fŻkjeplant

English-Western Bladderwort

FranÁais-Utriculaire nťgligťe

Deutsch-SŁdlicher Wasserschlauch

Synoniemen-Citroengeel blaasjeskruid, Vergeten blaasjeskruid, Utricularia neglecta, Utricularia major

Familie-Lentibulariaceae (Blaasjeskruidfamilie)

Naamgeving (Etymologie)-Blaasjeskruid dankt zijn naam aan de blaasjes aan de bladen onder water. Utricularia komt van utricuilus (zakje), vanwege de blaasjes aan de bladen. Australis betekent zuidelijk.

Beschrijving (Klik op een afbeelding om te vergroten).

Levensduur-Overblijvend.

Plantvorm-Hydrofyt.

Hoofdbloei-Juni t/m augustus.

Afmeting-30-150 cm.


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


© Annie Vos - verspreidingsatlas.nl


Stefan.lefnaer - cc by-sa 3.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 3.0

Wortels-De wortels van dit vleesetende waterplantje zweven vrij in het water.


Romulea - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Romulea - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Romulea - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr


Liliane Roubaudi - tela-botanica.org - cc by-sa 2.0 fr

Stengels-Een sterk vertakte, onderwaterplant. De gladde bloeistengels zijn zwak tot sterk S-vormig heen en weer gebogen. 's Winters sterft de plant voor een groot deel af, maar er worden winterknoppen gevormd die naar de bodem zinken en daar overwinteren. In het voorjaar groeien deze dan weer uit.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Botanikus~commonswiki - cc by-sa 3.0


BerndH - cc by-sa 3.0


BerndH - cc by-sa 3.0

Bladeren-De verspreidstaande, lijnvormige bladslippen hebben spitse tanden, waaraan stekelharen groeien. Daarnaast ontwikkelt de plant bol- of eivormige blaasjes. Hiermee vangt de plant allerlei kleine waterdiertjes, zoals o.a. muggenlarven en watervlooien. Deze worden verteerd in de blaasjes en dienen als extra voedsel voor de plant.


© Frank van Gessele - verspreidingsatlas.nl


© Willem Braam - verspreidingsatlas.nl


Daiju Azuma - cc by-sa 2.5


Stefan.lefnaer - cc by-sa 3.0

Bloemen-Tweeslachtig. De bloemen zijn geel met een oranje gestreept gehemelte. De onderlip heeft een vlakke, licht gegolfde rand. De keel is kaal. De afstaande bovenlip is tot twee keer zo lang als het oranje gestreepte gehemelte. De spoor loopt taps toe en is stomp. Het topdeel van de spoor heeft van binnen op de rug- en buikzijde klieren. De bloemsteeltjes zijn 1,1-2,6 cm lang en groeien na de bloei sterk uit. Ze kunnen dan tot 4 cm lang worden. Ze steken stijf schuin of recht omhoog en zijn drie tot vijf keer zo lang als de schutbladen. Het enige plantendeel dat boven water uitsteekt is de bloemstengel met bloemen. Het vruchtbeginsel is bovenstandig.


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


© Joop Verburg - verspreidingsatlas.nl


Abalg - cc by 3.0

Vruchten en zaden-Een 4 mm grote doosvrucht. De rechte vruchtstelen staan schuin af of ze zijn vaak tegen de as van de bloeiwijze aangedrukt (na de bloei verlengd). Drie tot vijf keer zo lang als de schutbladen. De 0,5 mm grote, 4 tot 6 hoekige zaden zijn gevleugeld. Er ontstaan bij ons echter maar zeer zelden vruchten. Tweezaadlobbig.


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0


Stefan.lefnaer - cc by-sa 4.0

Biotoop

Bodem-Zonnige, warme plaatsen in ondiep, matig voedselarm tot matig voedselrijk, zwak zuur, stilstaand, beschut, zoet of iets ziltig water met een bodem van venig zand.

Groeiplaatsen-Kanalen, open plekken aan oevers of in verlandingsvegetaties, kleine plassen, veenwijken, heidevennen, zandputten, leemputten, duinplassen en bermsloten.

Verspreiding

Wereld-Oorspronkelijk uit Europa.

Nederland-Inheems. Vrij zeldzaam.

Vlaanderen-Inheems. Zeldzaam.

WalloniŽ-Inheems. Zeer zeldzaam.

© 2001-2023 Klaas Dijkstra - cc by-nc-sa 3.0 nl